­ Management van het recreatiepaard - KNHS

Management van het recreatiepaard

Recreatief gereden paarden vormen een bijzonder grote en gemêleerde groep. Het management kent uitdagingen. Zo komen gebrek aan kennis, obesitas en ‘gepamperde’ paarden vaker voor. Ook hier geldt dat een op de juiste wijze gehouden paard fijner in de omgang en het rijden is.

Wanneer spreken we eigenlijk over een recreatief gereden paard? Het duidelijk afbakenen van dit gebruikstype is lastig en niet direct het doel van dit artikel. We zouden kunnen stellen dat recreatief gereden paarden (en pony’s) vallen buiten de groep manegepaarden en de paarden die met een startpas aan wedstrijden deelnemen. De voor dit verhaal geïnterviewde Renée Bottelier en Tijn Spoormakers zien het nog wat ruimer en praten over recreatie als een ruiter voor de hobby rijdt en zijn inkomsten niet haalt uit de paardensport. Spoormakers collega Ellen Roelfsema bakent het juist weer iets af en zegt: ‘In mijn ogen is een recreatief gereden paard een paard dat als gezelschap gehouden wordt, waar mensen een paar keer in de week voor de lol mee rijden op recreatief niveau.’ De specialist inwendige ziekten op de Universiteitskliniek voor Paarden in Utrecht voegt echter een groep toe als het gesprek verschuift naar de obesitasproblematiek. ‘Als je daarnaar kijkt en naar hoeveel inspanning een paard moet leveren om echt energie te gebruiken met werken, denk ik dat een beginnend sportpaard in de klasse B of L ook nog niet zo hard hoeft te werken en daar eveneens onder valt. Recreatie is dus een wijd begrip.

SOBERE RASSEN
Duidelijker voor Roelfsema is dat de problematiek rondom obesitas bij paarden is toegenomen. Ze zegt: ‘In Amerika is dat al langer bekend. Net zoals het met de mensen daar een probleem is, geldt dat ook voor de paarden. En Europa is gevolgd. In Nederland is er in één studie specifiek naar obesitas gekeken. Dat is bij ongeveer 600 recreatiepaarden gebeurd. Die zijn gewogen en er is een body condition score bepaald. Daar kwam uit dat ongeveer 57% toch echt wel overgewicht of zelfs obesitas had.’ Dat een eigenaar hier soms beperkt invloed op heeft, maakt Roelfsema duidelijk: ‘Er zijn paarden die genetisch gevoelig zijn om te dik te worden. Je ziet dit bij sobere rassen, die zich vanuit vroeger evolutionair heel goed hebben aangepast aan een milieu waar voedsel heel schaars was. Denk bijvoorbeeld aan Engelse ponyrassen, zoals de shetlander, of aan haflingers en fjorden. Vervolgens heb je binnen deze rassen familiale lijnen met een zeer duidelijke aanleg om dik te worden. Deze paarden worden als het ware dik van de lucht en zijn moeilijk te managen. Als je zo’n paard op een normaal weiland zet - en in Nederland hebben we nog altijd veel weilanden ontworpen voor koeien - is dat veel te rijk aan energie en gaat het mis.’ Naast de genetisch extreem gevoelige paarden is er, met nog een grijs gebied daartussen, ook een groep die weliswaar genetische aanleg heeft, maar toch goed te managen is. ‘Maar uiteindelijk geldt dat ook paarden zonder genetische aanleg tot dik worden in een veel te groot weiland met te rijk gras problemen kunnen ondervinden van het te dik worden’, voegt Roelfsema toe. 

 

KRACHTVOER
Bewustzijn met betrekking tot overgewicht is dus belangrijk, ook omdat obesitas aan de basis kan staan van allerlei vervelende aandoeningen. Bekend is de samenhang met hoefbevangenheid, al spelen hier op de eerste plaats problemen in de suikerstofwisseling een rol, aldus de specialist inwendige ziekten. ‘Om na te gaan of zijn paard te dik is, kan een eigenaar zelf de body condition score bepalen. BCS-kaarten zijn op internet te vinden en te downloaden. Een dierenarts kan hier ook prima in begeleiden en kan vervolgens een dieetadvies op maat geven. Het is echter niet alleen maar afvallen en dan is het goed. De genetische aanleg blijft. Dus dit verdient een aanpak voor de langere termijn. Wil je het paard laten afvallen door het extra arbeid te geven, moet je overigens serieus aan de bak. Een paard moet iets van minimaal 20 kilometer per dag stappen om ongeveer 30% energie uit zijn voer te compenseren en af te vallen. Die afstand haal je zeker niet met twee keer drie kwartier rijden per week. Je moet echt behoorlijk wat stappen, draven en galopperen om de nodige energie uit voer te kunnen compenseren. In het verlengde hiervan denk ik dat veel mensen helemaal geen krachtvoer hoeven te geven voor de energievoorziening. Kwalitatief goed ruwvoer volstaat voor de meeste paarden. Als je alleen hooi voert in bijvoorbeeld de wintermaanden is er wel vlug een tekort aan vitaminen en mineralen. Daar kun je dan een supplement voor geven. Het liefst hebben we dat paarden de hele dag door het ruwvoer staan te kauwen. Dat is goed voor hun algemene welzijn.’

GEEN GALBLAAS
De afsluitende woorden van Roelfsema klinken Machteld van Dierendonck als muziek in de oren. De etholoog en specialist op het gebied van paardenwelzijn heeft in haar werkzaamheden het accent liggen op de uren waarin we niet bezig zijn met ons paard. Ze verklaart: ‘Die 22 tot 23 uren op een dag worden onderschat. Veel mensen beseffen niet dat als het in die periode voor het paard op orde is, dit een positieve invloed heeft op het uur dat je met het paard bezig bent. Ga jezelf maar na. Als je geïrriteerd bent, omdat je geen eten hebt gehad of slecht hebt geslapen, kun je minder makkelijk je werk aan. Vanuit dat oogpunt gezien moet je beseffen; wat zijn de behoeftes van mijn paard?’

Eén van de belangrijkste behoeftes is het verdeeld over de dag kunnen beschikken over ruwvoer. Van Dierendonck merkt op dat de juiste kennis en bewustzijn hierover beperkt aanwezig zijn bij paardeneigenaren. ‘Ik weet uit ervaring dat de meeste mensen bijvoorbeeld niet weten dat een paard geen galblaas heeft. Een galblaas is om gal op te slaan voor als je in maaltijden eet, zoals wij doen. Als je geen galblaas hebt, kun je dus niet in maaltijden eten. Die gal komt immers 24 uur per dag in het maagdarmkanaal en je moet wel iets hebben om daar wat mee te doen. Mensen staan met grote ogen te kijken als je dat vertelt. Maar als je dat weet, is het veel duidelijker dat die ruwvoergift over 24 uur verdeeld moet worden. We hanteren nu een richtlijn dat een paard, dat wel op stro staat, niet langer dan zes uur zonder ruwvoer kan. Als je die richtlijn aanhoudt, hebben we uitgerekend dat je bij de meeste paarden redelijk goed uitkomt als je maximaal tien uur tussen het aanbieden van de ruwvoermaaltijden hebt zitten, waarbij dan wel het eerste en laatste maal op een dag uit ruwvoer moet bestaan. Bij sommige paarden zul je dan nog een slowfeeder moeten gebruiken, omdat zij het ruwvoer anders al binnen een uur op hebben en bij anderen kan het wel wat minder omdat ze er juist langer over doen. Maar om te beginnen moet je een richtlijn hebben die voor de meeste paarden werkt.’

COMFORTZONE
De - op zich verklaarbare - aanname dat paarden net als wij in maaltijden horen te eten, kunnen we scharen onder de vermenselijking van paarden. Deze vindt ook op andere vlakken plaats. Zo zijn we snel geneigd te denken dat een paard het koud heeft, wanneer dat voor ons ook opgaat. Van Dierendonck: ‘Het overmatige gebruik van dekens is zeker een groot probleem. Mensen gooien in de winter na het rijden direct een deken op, maar beseffen niet dat hun paard na twee uur nog staat te zweten. Je moet vooral zorgen dat paarden bloot zijn en hun warmte kwijt kunnen. Als een paard geschoren is, wordt het iets anders, maar ook dan moet je er niet in doorslaan. Paarden hebben minder snel last van een lage temperatuur. Hun comfortzone ligt ongeveer tussen de 0 en de 15 graden. Een niet-geschoren paard hoeft dan niks te doen om op te warmen of af te koelen. Daarboven moet een paard wel actief afkoelen, daaronder actief opwarmen, en dat laatste kan bijvoorbeeld door ruwvoer te eten.’ Dat paarden door een combinatie van goede bedoelingen en onwetendheid al snel gepamperd kunnen worden, erkent Van Dierendonck. Ze zegt: ‘We doen de deuren dicht in de winter, omdat het anders tocht. Terwijl het in algemene zin vaak veel te warm in de stallen is. Ook buiten in de regen staan is voor paarden echt geen probleem. Daar kunnen ze prima tegen.’

 

NIET SNEL GENOEG
Waar kennis over de juiste wijze van voeren volgens Van Dierendonck nog in minderheid aanwezig is bij mensen die een paard houden, schat ze dit positiever in bij de andere twee basisbehoeften van een paard. ‘Ik denk dat een meerderheid van de mensen wel weet dat een paard vrije beweging moet hebben en dat het een sociaal dier is. Of mensen zich daar aan houden, omdat ze de mogelijkheid niet altijd hebben, is weer wat anders. Wat betreft huisvesting ben ik een pleitbezorger van een stal met individuele uitloop naar buiten. Dan kunnen paarden buiten met elkaar contact hebben’, aldus de op welzijnsgebied altijd vooruitstrevende en kritische etholoog, die vervolgt met: ‘Ik ben wel positief gestemd over de stappen voorwaarts die we met het paardenwelzijn maken. Het gaat voor mij weliswaar niet snel genoeg en het lijkt wel de Processie van Echternach, maar we zetten goede stappen! Ik zou er alleen niet op tegen zijn als mensen een soort van ingangsbewijs van houderschap moeten behalen, als ze paarden willen houden. Mensen kunnen dan niet zomaar zeggen: “Ik wist het niet” of “Dat is nieuw voor me”. Je weet in ieder geval dat de basiskennis aanwezig is. Of ze er wat mee doen is inderdaad een tweede. Maar je schaft nu eenmaal geen fiets of auto aan, die één keer per jaar een APK moet ondergaan. In mijn ogen hebben maneges ook een rol in het geven van het goede voorbeeld. Zij vormen voor veel mensen het referentiekader.’

VEELZIJDIG WERK
Als we kijken naar het management van recreatief gereden paarden vormt manege Les Chevaux in Buinen een dergelijk referentiekader. Het FNRS-bedrijf van de familie Bottelier is ingestoken op allerlei facetten van recreatief rijden. Renée Bottelier, wier vader Martin tevens lid is van het KNHS Recreatiesportforum, vertelt erover: ‘De recreatieruiter, in alle vormen en maten, vormt de hoofdpijler op ons bedrijf. We verstaan hieronder de manegeruiter, dagjesmensen die een bosrit maken, ruiters die komen voor de opleiding van het KNHS Ruiterbewijs, maar ook sportruiters, die voor de hobby een wedstrijdje willen rijden. We hebben in totaal 55 paarden en pony’s en zij lopen vier tot vijf dagen in de week één uurtje les per dag. Onze manegepaarden worden dus eigenlijk gehouden als recreatiepaard of als sportpaard tot op L-niveau en ze verrichten heel veelzijdig werk. Naast dat ene uur in de les lopen ze soms wel een tweede of derde uur op een dag in het bos. Die buitenritten rijden we hele jaar door, met een duidelijke piek in de zomerperiode. Daarnaast gaan de paarden dagelijks naar buiten in de paddock of in de weide, droog weer of niet. Wij vinden het belangrijk dat elk paard minstens een halve dag paard mag zijn in een vrije omgeving. Nu heb je er ook enkele bij die na twee uur al aan het hek komen staan en naar binnen willen. En dat doen we dan ook bij deze paarden.’

 

ANDERE AANPAK
Overeenkomstig met recreatiepaarden is het paardenbestand bij dit Drentse bedrijf zeer gemêleerd. Renée: ‘We hebben ze van shetlander tot Tinker en van Engelse volbloed tot KWPN’er. Nu zijn de meer bloedgefokte paarden misschien niet voor alle ruiters geschikt, maar doordat ze veelzijdig werk doen en op hun eigen wijze naar buiten mogen, blijken ze zeer goed inzetbaar. We hebben ook onze eigen opbouw bij het leren paardrijden. Zo willen we geen groepslessen met beginners die in een rijtje rijden. Het leren rijden gebeurt systematisch; stappen, draven, lichtrijden en sturen, en dan pas in een groepje. Ruiters leren ook echt omgaan met een paard. Ze komen hier niet zomaar een uur op een paard zitten, en leren dat het een dier is met gevoel, met een eigen persoonlijkheid, waar je rekening mee moet houden. We verwachten dat je leert opzadelen, leert verzorgen en dat je begrijpt waarom een paard doet wat hij doet. Een stuk gedragsleer hoort erbij. Er zijn natuurlijk klanten die dat allemaal niet willen. Die willen komen, op het paard stappen en weer door. Deze mensen zijn bij ons niet helemaal aan het juiste adres. Wij hanteren een andere aanpak.’

INDIVIDU
Qua belasting zitten de paarden op Les Chevaux aldus dichtbij recreatiepaarden of op laag niveau presterende sportpaarden. In hoeverre zijn er problemen met overgewicht op het bedrijf? ‘Dat valt heel erg mee’, antwoordt Bottelier. ‘Ons weiland is meer een XXL-paddock, met wat grassprietjes erop. We voeren hooi bij. We zijn sowieso fanatiek in het hooi voeren en beginnen ’s ochtends vroeg direct met als eerste hooi te geven, ook al is het best lastig in je planning met zoveel paarden. We voeren in verhouding heel weinig brok. Als manegepaard hebben ze het niet heel heftig bij ons, maar in de zomer moeten ze nog wel hard werken hoor. Dan wordt er veel buiten gereden en lopen ze maximaal anderhalf uur in de rijbaan tijdens een ponykamp.’ Uit een eerdere opmerking bleek al dat er rekening wordt gehouden met de behoeften van het individuele paard. Een bewuste visie, zo verklaart Bottelier. ‘Wij proberen elk paard als individu te zien. We hebben bijvoorbeeld paarden die wat zuur kunnen zijn op stal als er mensen komen. Die zetten we dan niet midden in het looppad, maar helemaal aan het eind. Paarden die het geweldig vinden om aangehaald te worden, staan juist aan het begin van een looppad. Ik denk dat het belangrijk is dat hier bewustwording voor is. Een paard is ook gewoon een individu, dat aandacht nodig heeft die op maat is.’

‘DE SPIN IN HET WEB’
Dé professional om te betrekken bij problemen of vragen omtrent het management van het paard is natuurlijk de dierenarts. Bij (top)sportpaarden heel gewoon, mede in het kader van de preventie, bij recreatief gereden paarden uitzonderlijk. We spraken hierover met Tijn Spoormakers, specialist Heelkunde Paard op de Universiteitskliniek te Utrecht. Hij zegt erover: ‘Het zou mooi zijn als mensen vanuit dierwelzijnsoogpunt eerder aan de bel zouden trekken. Sowieso als ze vragen hebben. Ze mogen de dierenarts veel meer zien als dé kennisprofessional. Vaak worden echter eerst andere paden bewandeld, voordat een dierenarts wordt geraadpleegd. Zo kan het bij rugproblemen gebeuren dat eerst zadelpassers of fysiotherapeuten mogen kijken. Maar eigenlijk zou het omgekeerd moeten werken. De dierenarts staat vooraan in de rij en kijkt eerst en vervolgens kan hij of zij doorverwijzen naar bijvoorbeeld die fysiotherapeut. De dierenarts mag meer de spin in het web zijn. Nu staat hij nog vaak te veel aan de rand ervan. En natuurlijk preek ik hiermee voor eigen parochie, maar ook die professional doet dat niet voor niks. Ze hebben er baat bij. Het met een bepaalde frequentie consulteren van een dierenarts is niet snel duurder dan wanneer je een keer te maken krijgt met een paard dat goed kreupel is of een groot probleem heeft.’

PIJN- EN WELZIJNSAPP
Wetenschappelijke ontwikkelingen dragen ook bij aan het bevorderen van paardenwelzijn. Zo komen er alsmaar slimmere sensoren, waarmee we kunnen monitoren of een paard asymmetrischer wordt en mogelijk een kreupelheid ontwikkelt. Een ander voorbeeld is de recent gelanceerde Equine Pijn- en WelzijnsApp, kortweg EPWA. Deze app is voortgekomen uit resultaten van jarenlang onderzoek op de Faculteit Diergeneeskunde naar pijnherkenning bij paarden en ezels. Wat bleek? Net als bij mensen is aan het gezicht en de lichaamstaal van een paard af te lezen of het pijn heeft. Met behulp van de EPWA kan een paardeneigenaar zelf pijnmetingen betrouwbaar verrichten. Tijn Spoormakers van de Faculteit Utrecht is positief gestemd over deze ontwikkelingen,
maar ook beducht op een minder wenselijke ontwikkeling: ‘Die apparatuur wordt steeds gevoeliger en beter, maar het moet niet zo zijn dat mensen op basis van de uitkomsten zelf vervolgonderzoek doen. Dit moet op waarde worden geschat door de professional.’

Dit artikel verscheen eerder in Paard&Sport najaar 2018. Paard&Sport is het officiële ledenmagazine van de KNHS voor alle leden vanaf 13 jaar en vast onderdeel van het KNHS-lidmaatschap. Meer informatie vind je hier. 

©KNHS 2020, overname is niet toegestaan

Foto's: www.arnd.nl

 

Ander Nieuws

  • Leren paardrijden: De fasen van een sprong
    Leren paardrijden: De fasen van een sprong
  • Titelverdedigers van start bij NK voor springruiters
    Titelverdedigers van start bij NK voor springruiters
  • WK Jonge Springpaarden 2020 in Lanaken gaat niet door
    WK Jonge Springpaarden 2020 in Lanaken gaat niet door