Positieve reacties op bijscholing voor KNHS parcoursbouwers mennen

Geplaatst op 21 februari 2017 in Mennen & para

Op zaterdag 18 februari 2017 kwamen zestig parcoursbouwers voor het mennen bij elkaar op het KNHS–centrum voor een bijscholing. Onder leiding van bondscoach Ad Aarts, Hein Verhofstad, Arjan Kleinjan en Bennie Steenblik werd aandacht besteed aan het passend bouwen bij de doelgroep van de wedstrijd, bij het moment in het seizoen en rekening houdend met de klasse waarin de deelnemers uitkomen.

Na het voorwoord van KNHS disciplinespecialist Mennen en Aangespannen Sport Arjen Coppoolse legde Ad Aarts uit hoe de parcoursbouwers een spil zijn in de hervormingen van de mensport. Hij gaf aan dat het opleidingstraject van paard en menner meer aandacht behoeft met maatwerk op niveau (klasse L laagdrempelig, klasse M te vergelijken met “klasse 2 ½” en klasse Z nationaal met aansluiting naar internationaal) om de sport aantrekkelijker te maken en het welzijn van paard en menner te waarborgen.

Belangrijk is dat er zowel in de marathon als in de vaardigheid een herkenbaar parcours ontworpen wordt per niveau, maar dat de parcoursbouwers hierbij ruimte voor creativiteit gelaten moet worden. In het voortraject van de wedstrijd samenwerken met de technisch afgevaardigde is ook belangrijk om tot een goed resultaat te komen. Aarts benadrukte dat niet ieder parcours WK-waardig hoeft te zijn en dat competitie tussen parcoursbouwers niet wenselijk is.

Marathon
In de marathon is de grootste valkuil dat er steeds technischer gebouwd wordt. Kijkend naar de doelgroep en in welk moment van het seizoen de wedstrijd plaatsvindt moet er voor alle klassen met vier aspecten -snelheid, kracht, uithoudingsvermogen en techniek- , rekening gehouden worden om hun vaardigheden te testen in de hindernissen. Oftewel, de bouwer moet zich steeds afvragen of de hindernis op elk niveau bijdraagt aan de opleiding van paard en menner. Daarbij is ook de bodem waarop gereden wordt belangrijk om te bepalen of een L-klasse rijder meer gebaat is bij 24 poorten verdeeld over vier of zes hindernissen. Hoe deze rijder te beschermen tegen risicovolle routes in de hindernis, bijvoorbeeld door lange lijnen te laten rijden en de route naar de E en F poort af te sluiten.

Vaardigheid
In de vaardigheid moet er voor de laagste klasse voorwaarts gebouwd worden en er niet “van achteruit opgehaald” hoeven te worden. Creativiteit van de bouwer is wenselijk om het parcours opleidingsgericht en aantrekkelijk te houden, zodat bijvoorbeeld niet steeds op elke wedstrijd een zig-zag gereden hoeft te worden. Om de sport te innoveren zou er bijvoorbeeld ook een Speel uw Spel of “winninground” aan de wedstrijd toegevoegd kunnen worden.

Wanneer de vaardigheid voor meerdere klassen gebouwd is, moet er duidelijk aangegeven worden op de tekening wie welk parcours rijdt en moeten de kegels die niet gereden mogen worden door de L-klasse gemarkeerd zijn met gele hoezen. Een versmalde doorgang (maximaal 5 cm) wordt aangegeven met blauwe hoezen. Enige tijd geleden is in de vaardigheid is de “oxer” geïntroduceerd, een dubbele poort. Net als in de marathon geldt dat niet elk Z – parcours WK-waardig hoeft te zijn.

Praktijkgedeelte
Na het theoriegedeelte gingen de aanwezigen in vier groepen naar buiten voor praktijkoefeningen om de opgedane handreikingen in twee marathonhindernissen en twee (nog op te zetten) vaardigheidsparcoursen naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen. De hindernisleiding was verheugd te zien dat alle groepen vanuit de L-klasse begonnen met bouwen en daarna aanpassingen aanbrachten voor de M en Z, waarbij de poorten van alle kanten zichtbaar zijn voor de sport, de menner én het publiek. In de, voor deze dag uitgekozen, marathonhindernis met brug en hoogteverschillen vroeg een groep zich bijvoorbeeld met welke voorzorgsmaatregelen je een L-rijder veilig en vloeiend over de brug zou kunnen laten rijden, “meters makend”, zonder dat deze bij de afdaling in een risicovolle situatie zou belanden. En dat het bouwen van poorten van 2,50 meter voor deze klasse niet wenselijk is om snelheid te behouden. Conclusie was dat de beginnende menner niet teveel keuzes in het parcours gegeven moet worden en deze niet de kans geven te hard te willen rijden.

In de vaardigheidsparcoursen begonnen de groepen met het leggen van een figuur (bijvoorbeeld een zig-zag of een “box”) waarna de route met poorten bepaald werd, rekening houdend met de positie van de jury, de zon, de ingang / uitgang, en – niet onbelangrijk in verband met driften - , de bodem. Ook hier werd gebouwd met de L - klasse als basis, daarna aangepast voor de M en Z – rijders, waarbij de route over een aantal poorten “linksaf of rechtsaf” gevolgd kon worden. Duidelijk was dat kleine wijzigingen in het parcours, bijvoorbeeld het draaien van een poort, het eerst links c.q. rechts laten verspringen van een zig-zag, of het bedenken van een nieuw element (waarbij een element dat niet reglementair beschreven is aangevraagd moet worden via het vraagprogramma) van grote invloed kan zijn op de moeilijkheidsgraad.
Een groep was het eens dat het ook in de Z wenselijk is om het begin van het parcours vloeiend en met behoud van snelheid te bouwen. Daarnaast ontstond het idee om verenigingen meer te laten samenwerken met materialen zodat de wedstrijdorganisaties enerzijds niet op kosten gejaagd worden, maar ook creatiever kunnen gaan bouwen.

Al met al een meer dan zinvolle dag, waarbij de parcoursbouwers met de nodige bagage en ideeën enthousiast weer huiswaarts gingen. De reacties na afloop waren heel positief. Zestig parcoursbouwers zijn bijgeschoold, een opkomst waar de KNHS heel blij mee is.

Tekst & foto’s: Gemma Verlaan

Categorie: bijscholing, parcoursbouwer

Ander Nieuws

  • Goud op EK Vierspannen voor Bram Chardon!
    Goud op EK Vierspannen voor Bram Chardon!
  • Bram Chardon op goud na teleurstellend verlopen marathon
    Bram Chardon op goud na teleurstellend verlopen marathon
  • Nederlandse vierspanrijders op EK-goudkoers
    Nederlandse vierspanrijders op EK-goudkoers