Klaar voor de proef. Tip 3: Verbeter de springtechniek van je paard

Geplaatst op 20 december 2018

Hoe verder je komt in je opleiding hoe belangrijker de springtechniek van je paard of pony wordt. Er zijn veel dingen die jij als ruiter kunt doen om de ‘natuurlijke’ springtechniek van je paard te verbeteren.

Mijn paard heeft weinig vermogen:

Een paard dat van nature weinig vermogen heeft, zal moeite hebben met de hoogte en de breedte van de sprong. We zien dan ook vaak dat deze paarden bij een goede training in de hogere parcoursen een voorbeeldige techniek laten zien. Deze paarden compenseren een gebrek aan vermogen door effectief te springen. Je kunt een paard trainen om zijn vermogen te verbeteren, maar dit effect zal beperkt zijn en hier moet je ruim de tijd voor nemen. Dit soort paarden hebben meer tijd nodig in de lagere klassen om een goede techniek aan te leren. Bij het te vroeg in  een hogere klasse uitkomen, kan het paard afgebluft worden en het vertrouwen verliezen. Neem met dit soort paarden ook de tijd bij het losspringen. Spring bij het losspringen niet te hoog maar wel regelmatig een breedtesprong. Een krachtige afzet is de basis van vermogen. Door een paard dressuurmatig sterker te maken in de achterhand zal zijn vermogen verbeteren. Je paard zal echter altijd afhankelijk zijn van jou als ruiter die hem in een goed ritme en in een goede balans op de juiste afzet bij de hindernis brengt. Je paard zal niet eenvoudig een ruiterfout kunnen corrigeren omdat hij daar het vermogen niet voor heeft.


Mijn paard heeft een (te) kleine galop
:

Een paard met een kleine galop zal in een driesprong of in een lijntje moeite hebben om de afstand te halen. Is het een lijntje van vier of meer galopsprongen dan kun je er als ruiter altijd voor kiezen om een galopsprong meer te maken. In een combinatiesprong (dubbelsprong of driesprong) of in een lijntje op drie galopsprongen kun je beter geen extra galopsprong maken. In dat geval rest er niets anders dan je paard te leren zijn galop te verruimen. Naast een gedegen dressuurtraining om zijn rug en achterbeen meer te activeren en daarmee sterker te maken kun je ook met grondbalken diverse oefeningen doen om de galop te verruimen. In de dressuurtraining moet je veel tempowisselingen in galop trainen. Bij het voorwaarts rijden is het dan de bedoeling om ruimere galopspongen te maken en niet om sneller te gaan. Het terugkomen zal makkelijker gaan dan het voorwaarts rijden. En juist dat voorwaarts gaan moet je regelmatig trainen. Met grondbalken kun je de afstand tussen de balken zo kiezen dat het paard zijn galop wel moet verruimen. Zeker als je op een normale afstand van ongeveer drie meter begint en dit geleidelijk aan uitbouwt naar 3,50 – 4 meter. Ben je wat verder in de training dan kun je in plaats van grondbalken ook in-uitjes gebruiken met dezelfde afstanden. Deze training is weer wat zwaarder. Ook bij al deze oefeningen geldt dat je geleidelijk aan moet beginnen en dat je het in eerste instantie niet te moeilijk voor je paard moet maken. Je paard moet ontspannen blijven en vertrouwen houden zodat hij je in het parcours wil helpen. Ondanks de trainingen voor een ruimere galop moet je deze paarden in een parcours altijd met wat meer tempo door de combinatiesprongen en lijntjes rijden. Het voordeel van een paard met een korte galop is dat deze in de barrage dikwijls sneller zijn dan de paarden met een grote galop die je voor combinatiesprongen vaak sterk terug moet nemen.

     

Mijn paard heeft een (te) grote galop:

Een paard met een grote galop heeft in combinatie sprongen en lijntjes het nadeel dat hij vaak te dicht onder de volgende sprong komt. Je moet in dit geval dus altijd met gepast tempo aanrijden. Een paard met een grote galop moet leren om zijn galop te sluiten (kleiner te maken). Dit is overigens makkelijker dan een paard met een kleine galop leren te verruimen. Oefeningen om het paard meer op het achterbeen te krijgen en de 

galop beter te sluiten zijn bijvoorbeeld in galop de volte openen en sluiten door middel van wijken en door op de volte travers te rijden in galop. In dit geval is ook het trainen van tempowisselingen een goede oefening om de galop geslotener te krijgen. Het verruimen zal makkelijker gaan dan het terugnemen. En dat terugnemen moet je regelmatig oefenen zodat je dat in het parcours feilloos beheerst. Ook in dit geval kun je met het trainen over grondbalken veel resultaat bereiken. Met een groot galopperend paard begin je met een tussenafstand van 3,50 meter en ga je geleidelijk aan terug naar een tussenafstand van 3 – 2,5 meter. En ook hier kun je geleidelijk aan de grondbalken door in-uitjes vervangen. Het voordeel van een paard met een grote galop in een barrage is dat deze snel is op rechte lijnen en in sommige lijntjes zelfs een galopsprong minder kan maken. De combinatiesprongen moet je echter altijd met wat minder tempo inrijden om een fout op de uitsprong te voorkomen.

 

Vind je deze informatie nuttig? Houd deze website in de gaten, want we publiceren regelmatig tips!

Bron: KNHS, overname tekst- en beeldmateriaal niet toegestaan.

Foto: Arnd.nl

Categorie: Tips, klaar voor de proef, springen

Ander Nieuws

  • Lisa Nooren en VDL Groep Sabech d’Ha wonderschoon tweede in Grote Prijs
    Lisa Nooren en VDL Groep Sabech d’Ha wonderschoon tweede in Grote Prijs
  • Klaar voor de proef: Paspoort en wedstrijden
    Klaar voor de proef: Paspoort en wedstrijden
  • Alle nationale kampioenen van 2018!
    Alle nationale kampioenen van 2018!