Leren paardrijden: De hulpen

Geplaatst op 12 november 2018

Als je begint met paardrijden dan zijn er een heleboel dingen die je moet leren. Wij willen je hier graag bij helpen. Vorige week gaven we je tips om goed te leren zitten. Nu zijn de hulpen aan de beurt. Om een paard te laten weten wat we van hem willen, gebruiken we hulpen. Hulpen zijn tekens die we een paard hebben aangeleerd, zoals beenhulpen en teugelhulpen. Maar ook zit- en gewichtshulpen en de bijkomende hulpen, zoals de stem, zijn belangrijk. De kunst van goed paardrijden is om al deze hulpen onafhankelijk van elkaar en bijna onzichtbaar te geven.

Anders gezegd: een paard zoveel mogelijk te laten doen wat jij van hem vraagt, met zo min mogelijk aanwijzingen. Teugelhulpen gebruiken we om tekens die je met je hand geeft via het bit over te brengen op het paard. Teugelhulpen geef je om te sturen, maar ook voor een overgang naar een lager tempo of als je wilt halthouden (stoppen). Tijdens het paardrijden is het de bedoeling dat we constant contact houden met de paardenmond. Hiermee bedoelen we dat je handen de bewegingen van de paardenmond volgen, zonder te trekken of tegen te werken. Een gewichtshulp wordt gebruikt bij het veranderen van richting, door je hakken even uit te drukken aan de kant waar je heen wilt. Maar je mag daarbij niet zover uit balans raken dat je náást je paard hangt.

 Gewichtshulp

Om voorwaarts te gaan druk je beide kuiten vlak achter de singel kort en licht aan. Dat betekent dat je tegen de buik van je paard aanduwt en meteen weer ontspant. Om aan te draven geef je dezelfde beenhulp. Je moet dus niet ‘knijpen’ (je benen aanklemmen en vasthouden). Het is ook niet de bedoeling dat je je paard schopt. Dat is niet nodig, want paarden kunnen heel goed voelen. Als hij stilstaat en je duwt met je kuiten tegen zijn buik, gaat hij lopen. Blijf je de hulp herhalen, dan zal hij harder gaan. Het is belangrijk dat je de teugels daarbij niet te strak houdt, zodat je hem tegenhoudt. Als je paard stapt, probeer dan zijn bewegingen met je zit en je armen te volgen. Je kunt zijn spieren onder het zadel voelen bewegen. Als je wilt stoppen, stop je met meebewegen en maak je je zwaar. Ga voor je gevoel heel diep in het zadel zitten en maak jezelf lang. Tegelijkertijd knijp je even in allebei de teugels. Blijf niet trekken, laat ook weer los. Als het paard niet reageert, herhaal je dit tot hij stilstaat.

Dit is de basis van het geven van hulpen aan een paard. Ben je al wat verder met rijden dan kan de combinatie van bijvoorbeeld de teugel- zit- en beenhulp er voor zorgen dat het paard bijvoorbeeld zijwaarts of achterwaart gaat. Voor je zover bent, is het belangrijk om éérst de basishulpen goed onder de knie te krijgen.

Eerder verscheen in de reeks ‘Leren paardrijden’ het artikel De zit

 

Bron: Boek Leer Paardrijden met Plezier, onderdeel van de KNHS Ruiteropleiding Brons

De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fasen (brons, zilver en goud) en leidt op van eerste paardrijles tot en met het hoogst haalbare niveau. Je kunt aan deze opleiding meedoen met een manegepaard of met je eigen paard. Meer informatie.

Foto: www.arnd.nl

Overname tekst- en beeldmateriaal niet toegestaan

 

Categorie: Leren paardrijden

Ander Nieuws

  • Leren paardrijden: Gymnastiseren en trainingsresultaat
    Leren paardrijden: Gymnastiseren en trainingsresultaat
  • Leren paardrijden: Gewichtshulpen
    Leren paardrijden: Gewichtshulpen
  • Leren paardrijden: Sturen
    Leren paardrijden: Sturen