Rien van der Schaft ziet zijn taak breed

Geplaatst op 22 januari 2018 in Dressuur

Afgelopen zaterdag 20 januari was het trainersseminar dressuur met bondscoach Rien van der Schaft helemaal uitverkocht. 700 enthousiaste toeschouwers zagen fijne combinaties op verschillende niveau's bij Rien in de baan verschijnen. Heb je het trainersseminar gemist? Of kan je geen genoeg krijgen van de visie van Rien op dressuur? Lees dan onderstaand interview dat wij met Rien hadden na het trainersseminar Dressuur.

Rien van der Schaft (63) heeft zijn hele leven al één doel. Dat is zo goed mogelijk te leren paardrijden. Graag leert hij dat ook anderen. Daarom heeft hij zijn toch al drukke leven met zijn eigen Veluwse Stal Sprengenhorst nog intensiever gemaakt en is hij bondscoach dressuur erbij geworden. Hij ziet zijn taak breed: zo goed mogelijk leren paardrijden, dat kan op de manege met F-proefjes, tot Grand Prix.

“Het is onze taak als instructeurs om het goede rijden uit te dragen en iedereen aan te leren”, steekt Van der Schaft voortvarend van wal. Dat goede rijden is bij Van der Schaft eenvoudig samen te vatten. Het gaat om klassieke training zoals al lang bekend en samengevat in het skala met de zes principes. Met takt/regelmaat, ontspanning, aanleuning, impuls, recht gericht zijn en verzameling, onderling samenhangend en niet per se in die volgorde.
”Klassieke training verbetert het paard op alle fronten. De oefeningen in de training zijn een middel en niet het einddoel. Rijden van wedstrijden kan hierbij prima ingepast worden, zolang je tenminste steeds maar de verbetering van het paard als doel hebt”, zegt Van der Schaft.

Loslaten
Bij het trainersseminar kwam dit punt van de wedstrijden aan de orde bij Jennifer Sekreve en haar 7-jarige merrie Gamante D (Contango x Jazz). De combinatie is al op gevorderd niveau met succesvolle ZZ-Zwaar-proeven. “Daarom is het heel goed voor zo’n wedstrijdpaard om ook eens alleen rustig te trainen in een drukke omgeving met veel publiek. Als je de merrie dan tot ontspanning brengt, is dat van grote waarde”, benadrukte Van der Schaft. Hij is ervan overtuigd dat het uiteindelijke ‘zich loslaten’ van een paard één van de belangrijkste uitgangspunten is voor elke combinatie.

Jennifer Sekreve met Gamante D (Contango x Jazz)

Losrijden
Met elke combinatie begint Van der Schaft met eenzelfde manier van losrijden.
“Het losrijden is belangrijk voor een instructeur, want daar leg je al het begin van het succes van de training erna”, zegt Van der Schaft. Het begint allemaal met het zoeken naar ontspanning, het voorwaarts-neerwaarts naar voren rijden naar de hand toe, op weg naar verbinding. “Dan ontstaat er een brug”, zegt Van der Schaft. Een paard dat met impuls door het lijf over de rug beweegt, neemt aanleuning. Als er ontspanning, aanleuning en impuls is, prikkelt de ruiter het achterbeen om het paard actiever te laten aantreden. Het resultaat is dat het paard aan de voorkant lichter wordt.
“Dit maken van een brug, is de taak van elke dag, bij elk paard. Ik raad ruiters bovendien altijd na een eerste kleine ontspannen draf per paard te beginnen met de gang waarin het paard zich het gemakkelijkst ontspant en loslaat. Dat kan voor het ene paard de draf zijn, voor het andere de galop”, benadrukt Van der Schaft.
Alleen een paard dat de hand wil volgen, ook in een oefening, zelfs ook nog in een hele zware oefening, blijft zich op de positieve manier ontwikkelen.

Gelijkzijdigheid
Bijna alle zes principes zijn een taak van elke dag, bij elk paard. Van der Schaft vat nog maar eens samen dat het in de totale ontwikkeling van een dressuurpaard natuurlijk eerst en steeds gaat over de volledige ontwikkeling van het zich door het lijf bewegende paard, van achter naar voren, over de rug, naar aanleuning. Dan volgt ook het recht gericht worden, zijn of blijven. Waarbij de meeste ruiters gewend zijn aan een bepaalde scheefheid van hun paard.
Rien: “En zelf ben ik echt niet beter, hoor! Ik moet ook steeds tegen mezelf zeggen dat ongelijkheid niet gewoon is. En niet gewenst. En dat het werken aan gelijkzijdigheid een basisopgave is. Altijd. Met alles. Met elke oefening. In elke gang.”
Van der Schaft is erg consequent in het herhalen van al het gevraagde werk met bijvoorbeeld tempo-wisselingen en oefeningen op beide handen. Hij werkt graag met het rijden van veel grote voltes, waarbij het binnenbeen van de ruiter het contact aan de buitenteugel stimuleert. En hij werkt graag met het rijden op de tweede hoefslag, zodat het paard de wand niet als steun gaat gebruiken en daardoor scheef gaat. “De ruiterhand en de hoefslagwand mogen geen steun zijn. Het paard draagt zichzelf!”.
Illustratief voor Van der Schafts voorkeur voor werken is ook hoe alles in het voorwaartse wordt opgelost. “Een fout maken geeft niet. Daar ben je voor aan het trainen. Galoppeert een paard aan in een oefening, ga even door en herstel het dan rustig. Springt hij om in de galop, ga even door voordat je herstelt. Steeds stil zetten en herhalen, daar houd ik niet zo van. In het voorwaartse ligt de oplossing”, is zijn ervaring.

Controle
Tijdens het Trainersseminar liet Van der Schaft zich in het werk even ontvallen dat hij niet zo gek is op het woord ‘controle’. “Ik hoorde het mezelf zeggen ja”, lacht hij, “ik bedoel daar mee dat ruiters dat vaak meteen opvatten als ‘controle met de hand’. Natuurlijk heeft een ruiter de taak zijn of haar paard te controleren. Maar controle is niet alleen het stuur, ook het lichaam en de motor. En dan zijn we weer bij het complete plaatje terug van de volledige ontwikkeling die je nastreeft. Door het lijf, van achteren naar voren, naar het ontstaan van de brug. Let wel: aanleuning kan een ruiter niet nemen. Aanleuning geeft het paard, als gevolg van de totale inwerking van de ruiter. En zonder kan je niet nauwkeurig paardrijden.”

Volledige ontwikkeling
In het streven naar de volledige ontwikkeling van het paard, zijn er een paar sleuteloefeningen die Van der Schaft gebruikt. Niet voor de oefening, maar voor de verbetering van het paard. Eén daarvan is schouderbinnenwaarts. “En dan schouderbinnenwaarts niet steeds zoals veel ruiters gewend zijn precies zoals gevraagd in een proef, met dat aantal meters. Het kan met drie passen. Het kan ook heel goed op een grote volte. En in de galop”, zegt Van der Schaft.
Hij ziet een verschil in het doel van schouderbinnenwaarts in een training boven travers: “Bij travers ben je aan de souplesse aan het werk. Maar bij schouderbinnenwaarts stimuleer je het binnenachterbeen tot meer activiteit. Dat helpt beter bij de volledige ontwikkeling”, zegt hij.
De travers kan natuurlijk wel een goede correctie zijn bij een oefening zoals een pirouette of keertwending om de achterhand, zegt Van der Schaft. “En dan altijd weer in het voorwaartse.”
Andere hulpmiddelen voor Van der Schaft voor het grotere effect van een oefening, is het rijden van een goede volte om het paard aan zit en been te bevestigen alvorens een oefening in te zetten. En het rijden van kleine tempowisselingen op de volte-lijn.

Afwisseling
Soms wordt er gezegd dat dressuurpaarden maar een saaie baan hebben. Er is zoveel herhaling nodig. Rien van der Schaft zegt: “De basis van de training zoals steeds gezegd, is de basis van de training van elk paard. Een springpaard kan ook niet op de voorhand correct naar een hindernis worden gereden en correct een hindernis overwinnen. De training is pas op hoger niveau specifieker. En dan nog zijn er vele manieren om de afwisseling er in te houden.”
De ruiters die meewerkten aan het trainersseminar benadrukten juist de afwisseling voor hun paarden. Diederik van Silfhout zei: “Onze paarden komen er drie, vier keer per dag uit.”
Patrick van der Meer zei: “Ik rijd mijn oudere paarden op Grand Prix-niveau inderdaad wel 5 of 6 keer per week. Ze moeten op een goede manier hun energie kwijt raken en zich verder ontwikkelen. Maar dat rijden kan ook buiten zijn. En je doet niet het hele Grand Prix-programma elke dag. Daar is het te veel voor. Dus de ene keer focus je op het één, de andere keer meer op het ander. Daar zit veel afwisseling in.”
Rien voegt nog toe: “Het is goed voor het paard als hij op een prettige manier zijn energie die hij van nature heeft meegekregen kan kwijtraken. Dan is hij paard en blijft hij paard. Een mooier paard.”

 

Diederik van Silfhout met Fürst Jazz (Fürst Romancier x Painted Black)

Loopbaan tot bondscoach
Rien van der Schaft heeft al een hele loopbaan met veel ervaringen achter de rug. Hij ging na de opleiding in Deurne werken op de Rotterdamse Manege. Tijdens het CHIO Rotterdam ontmoette hij mevrouw Benedictus. Van deze ontmoeting kwam het rijden van haar paard Juroen. Rien was lid van het Nederlandse dressuurteam van 1979 tot en met 1983. Hij reed mee op het alternatieve Olympisch kampioenschap te Goodwood, twee Europese kampioenschappen en een Wereldkampioenschap. Naast zijn paarden - Van der Schaft bracht negen GP-paarden internationaal uit – ziet hij Piet Oothout als zijn grote leermeester. Van der Schaft vindt het belangrijk om zijn kennis over dressuurpaarden en de klassieke africhting door te geven.
Tijdelijk was Van der Schaft inspecteur bij toen nog basisbond KNF, maar daar zat erg veel administratieve rompslomp aan vast. “Nu als bondscoach dressuur heb ik administratieve steun van het KNHS-kantoor. De paarden verdienen dat wij het goed doen. De sport verdient dat wij het met z’n allen goed doen. Ik zie het positief in”, besluit Van der Schaft.

Lees hier meer over het KNHS-trainersseminar dressuur 2018


Tekst: Claartje van Andel, foto’s Wilma Frentz

Ander Nieuws

  • Dressuurruiter Edward Gal als menner in Studio Sport
    Dressuurruiter Edward Gal als menner in Studio Sport
  • WK’s paardensport in 2022 naar Herning en Pratoni del Vivaro
    WK’s paardensport in 2022 naar Herning en Pratoni del Vivaro
  • Deelnemers internationale wedstrijden 11 t/m 17 november 2019
    Deelnemers internationale wedstrijden 11 t/m 17 november 2019