DOE DE TEST! Hoe heurt het ook alweer?

Geplaatst op 18 april 2019

Net als in het verkeer hebben we afspraken gemaakt over wie wat wanneer mag in de losrijbaan. Niets menselijks is ons vreemd, en daarom zakt het wel eens weg, in de hitte van de strijd, de wedstrijdspanning, omdat we het gewoon even vergeten of omdat het druk is met losrijden. Geen paniek! Doe de test en je bent direct weer bij. Weet jij nog hoe het heurt?

1. Voorrang?! Hoe zat dat ook alweer? Stel, je bent op het losrijterrein rustig aan het stappen op de hoefslag. Mag dit?
A) Natuurlijk, stap is een rustige gang, dus dat mag altijd.
B) Eigenlijk niet. Stappen doe ik in de losrijbaan op de binnenhoefslag.

2. Je bent geconcentreerd bezig en opeens nadert een collega-ruiter je die schouderbinnenwaarts aan het rijden is. Wie mag er voor?
A) Ik natuurlijk. Net als in het verkeer gaat rechtdoorgaand verkeer voor.
B) De andere ruiter, want die rijdt een zijgang.

3. Hoe was het ook alweer? Aan welke kant passeer je elkaar?
A) Dat hangt ervan af wie het eerst reageert.
B) De ruiter die op de linkerhand rijdt, mag eerst.

4. Wie op dezelfde hand een snellere gang of zijgangen rijdt, …
A) Heeft altijd voorrang.
B) Moet altijd een langzamere combinatie voor laten gaan.

5. Als je op de hoefslag rijdt, heb je voorrang op …
A) Iemand die met een figuur bezig is.
B) Eigenlijk elke andere ruiter. Ik rijd immers op de hoefslag.

6. Hoe passeer je elkaar op het losrijterrein?
A) Oh, dat lukt meestal nog wel voordoor.
B) Ik geef de ander de ruimte en snijd niemand af.

7. We gaan springen! Je wilt aanrijden op de sprong. Wat doe je als eerste?
A) Ik roep hard: ‘Aan de kant!’ en slalom tussen de anderen door.
B) Ik zoek de ruimte en roep: ‘Sprong vrij!’

8. Een andere ruiter heeft aangekondigd dat hij de sprong wil nemen door ‘Sprong vrij!’ te roepen en zet koers naar de hindernis. Wat doe jij?
A) Ik rijd niet in het gedeelte voor de sprong en erna.
B) Ik blijf mijn eigen lijnen rijden. Moet kunnen, toch?

9. Drukte! In de losrijbaan zijn zowel springruiters als dressuurruiters aan het opwarmen. Wat klopt?
A) Dressuurrijden gaat voor het springen.
B) Springen gaat voor op dressuur.

10. Je paard is wat fris en het lijkt je een goed idee om eerst te longeren. Wat is toegestaan?
A) Dit mag met een enkele longe en enkele bijzetteugels die vastzitten aan bit en zadel.
B) Ik mag gebruikmaken van een dubbellonge als ik die vastmaak aan het zadel.

Ready?! Dit zijn de antwoorden!

1B. Wie in de losrijbaan het snelste gaat, heeft voorrang en rijdt aan de buitenkant. Stappen doe je op de binnenhoefslag.

2B. Iemand die zijgangen rijdt, bijvoorbeeld schouderbinnenwaarts, heeft altijd voorrang op iemand die rechtuit rijdt.

3B. Wie op de linkerhand rijdt, heeft voorrang. Wie op de rechterhand rijdt, moet uitwijken. Ezelsbruggetje: je moet elkaar bij het passeren de linkerhand kunnen geven. Net als in het verkeer.

4A. De ruiter die op dezelfde hand een snellere gang of zijgangen rijdt, heeft altijd voorrang.

5A. Als je op de hoefslag rijdt, heb je voorrang op een ruiter die een figuur rijdt.

6B. Bij het passeren geef je elkaar de ruimte en snijd je niet af.

7B. Een hindernis springen moet worden aangekondigd als ook andere ruiters in de rijbaan rijden. Dit doe je door bijvoorbeeld ‘Sprong vrij!’ te roepen.

8A. Als iemand ‘Sprong vrij!’ heeft geroepen, geef je ruimte op de aanrijroute naar de sprong en het gedeelte erna.                     

9A. Als meerdere combinaties rijden, gaat het dressuurrijden voor het springen.

10A. Longeren mag met enkelvoudige bijzetteugels aan het bit en het zadel, met een enkele longe. Het mag alleen als er op het losrijterrein een speciaal gemarkeerd terreingedeelte voor is en na toestemming van de wedstrijdorganisatie en de official op het voorterrein. Andere deelnemers mogen er geen hinder van ondervinden.

En, hoe was je score? Hieronder duiken we wat dieper in de regels.
- Het losrijterrein mag alleen worden gebruikt voor het losrijden en moet een minimale afmeting hebben van 35 meter lengte bij 15 meter breedte. Idealiter zijn de afmetingen van het losrijterrein in overeenstemming met het aantal ringen. Wanneer dit niet het geval is, kan de organisatie regels opstellen voor het losrijden, bijvoorbeeld door deelnemers op een bepaalde tijd te laten losrijden. Dit is niet altijd optimaal voor de voorbereiding, maar kan noodzakelijk zijn om de losrijbaan voor iedereen veilig te houden.

- Bij Nederlandse, KNHS-, regio- en kringkampioenschappen en bij selectiewedstrijden voor kampioenschappen is een toezichthouder op het oefenterrein/het losrijden verplicht. Voor alle overige wedstrijden wordt die aanbevolen. Dit jaar is tijdens 44 extra KNHS-dressuurwedstrijden op het voorterrein een toezichthouder aanwezig, lees hier meer over deze pilot. Bij springwedstrijden wordt altijd toezicht gehouden door een van de juryleden die dit beurtelings doen. 

- Niet toegelaten hulpmiddelen zijn ook niet toegestaan tijdens het losrijden. Gebruik hiervan en overmatig gebruik van toegelaten hulpmiddelen heeft, ter beoordeling van de toezichthouder, (voorzitter van de) jury en/of federatievertegenwoordiger, onmiddellijke uitsluiting of diskwalificatie van de deelnemer tot gevolg. Het maakt geen verschil of het plaatsvindt in de ring of op enig ander deel van het wedstrijdterrein, het oefenterrein en/of in de bijbehorende accommodatie.

Meer weten? In de disciplinereglementen staan de specifieke regels per discipline.

Foto's: Digishots

Categorie: reglement, wedstrijden

Ander Nieuws

  • Hippiade 2019: Kampioenschapsreglement springen en dressuur staat online!
    Hippiade 2019: Kampioenschapsreglement springen en dressuur staat online!
  • Reglementswijzigingen mennen per 1 april 2019
    Reglementswijzigingen mennen per 1 april 2019
  • Nieuw! Impulsrubriek Aangepast Sporten
    Nieuw! Impulsrubriek Aangepast Sporten