Leren paardrijden: Combinaties en lijntjes

Geplaatst op 28 oktober 2019 in Springen

Elke week vertellen we je meer over het springen in de rubriek ‘Leren Paardrijden’. Vandaag lees je meer over het rijden van combinatiesprongen en lijntjes. Welke factoren kunnen van invloed zijn op de afstanden in combinatiesprongen en hoe kan je een dubbelsprong het beste springen? Weet jij wat veel gemaakte fouten zijn of hoe je onervaren paarden vertrouwd kan maken met het springen van een combinatiesprong?

Met combinatiesprongen bedoelen we twee of drie hindernissen waartussen het paard een of twee galopsprongen maakt. Bij combinatiesprongen is de afstand tussen hindernissen zo gekozen dat deze altijd past bij een of twee galopsprongen, als het paard in het juiste tempo en ritme naar de hindernis wordt gereden. Een lijntje is twee of meer hindernissen die op meer dan twee galopsprongen afstand staan en waarvoor je soms een wending moet rijden. Ook als een combinatiesprong wordt uitgebreid met grondbalken, spreken we van een lijntje.

Dubbelsprong
Een dubbelsprong bestaat vaak uit een combinatie van een steilsprong gevolgd door een oxer, maar andersom, twee steilsprongen of twee oxers kan ook. In tegenstelling tot het in-uitje zitten tussen de hindernissen in een dubbelsprong wel een of meer galopsprongen. Om de afstand tussen de twee hindernissen te bepalen ga je uit van anderhalve meter voor de landing, anderhalve meter voor de afzet en 3,5 meter per galopsprong. Dat betekent dat een dubbelsprong op één galopsprong een tussenafstand heeft van zo’n zeven meter (in het parcours meestal ongeveer 7,20 meter). Bij twee galopsprongen wordt het tien meter.

Driesprong
Een driesprong is vergelijkbaar met de dubbelsprong maar nu met drie hindernissen achter elkaar in plaats van twee. De afstand wordt op een vergelijkbare manier bepaald. Een driesprong is pas toegestaan vanaf het M springen, dit is ook geen eenvoudige hindernis. Drie sprongen op een korte afstand kunnen indrukwekkend overkomen voor een paard. Het is belangrijk om al bij het eerste element op de juiste plaats af te zetten.

Als dit niet lukt, is het vrijwel onmogelijk om de andere twee hindernissen nog goed te springen.

Factoren die van invloed kunnen zijn op de afstanden in combinatiesprongen:

  • Staat het parcours binnen of buiten?
  • Hoe is de wending?
  • Hoe is de bodem? (Hard of glad of diep)
  • Glooiing terrein
  • Bijzonderheid hindernis
  • Hoe wordt de vorige hindernis gesprongen?
  • Samenstelling van de combinatie steilsprong – breedtesprong of breedtesprong – steilsprong.
  • Ingang (spring je naar de ingang toe of van de ingang af?)
  • Omgeving (achtergrond, spandoeken, vlaggen)
  • Wordt de hindernis vanuit een hoek aangereden?

Voorwaarden om een dubbelsprong correct te springen:

  • Recht de hindernis in- en uitrijden.
  • Concentreren op de laatste hindernis van de combinatie.
  • Paard goed tussen teugels en kuiten opsluiten.
  • De galopsprongen tussen de hindernissen goed ondersteunen en ritmisch houden.
  • De ruiter moet goed in balans zitten.

Veelvoorkomende fouten in combinatiesprongen:

  • De aanrijlijn naar de hindernis is niet recht.
  • De ruiter heeft niet voldoende ritme en komt te langzaam aan.
  • Galopsprongen tussen de hindernissen worden niet voldoende ondersteund.
  • Niet rechtuit rijden (de ruiter moet zich concentreren op het midden van de laatste sprong).

Combinatiesprongen met onervaren paarden
Bij het springen van combinatiesprongen met onervaren paarden moet je met een aantal dingen rekening houden. Zo hebben onervaren paarden vaker de neiging om langs de tweede sprong te lopen. Voordat je een dubbelsprong uit galop springt is het belangrijk dat je paard eerst goed een enkele sprong neemt. Daarnaast moet hij:

  • Uit draf een dubbelsprong goed doorlopen.
  • Ontspannen kunnen galopperen.
  • Gehoorzaam aan het been zijn.

Begin bij onervaren paarden bij voorkeur met een dubbelsprong die uit twee steilsprongen bestaat. Daarbij de tweede sprong aanleunen (‘beveiligen’ door aan beide kanten op de hindernis een balk te leggen die met een kant op de grond rust. Hierdoor lijkt de hindernis veel breder en zal het paard minder snel weigeren). Ook is het zaak de afstand bij een dubbelsprong niet te ruim te zetten en de hindernissen laag te houden.

Heb je nog vragen over het springen van combinatiesprongen of lijntjes? Vraag dan je instructeur om je te helpen. 

Eerder verschenen in de reeks 'Leren Paardrijden - Springen' de volgende artikelen:

Verlichte zit
Lijnen en hindernissen
Losrijden
Fasen van een sprong
Grondtempo, controle en ritme bij het springen
Parcoursverkennen en rijden
Springtermen
Springtechniek van het paard

Meer weten?
De informatie uit bovenstaand artikel vind je in de boeken brons en zilver van onze ruiteropleiding ‘Leer paardrijden met Plezier’. Je kunt deze boeken sinds kort bestellen in onze webshop. De boeken kosten € 27,50 per stuk, maar ben je lid van de KNHS dan betaal je maar € 15,95.

De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fasen (brons, zilver en goud) en leidt op van eerste paardrijles tot en met het hoogst haalbare niveau. De ruiteropleiding wordt aangeboden op FNRS-maneges. De dichtstbijzijnde manege bij jou in de buurt vind je hier. Heb je een eigen paard vraag dan je instructeur om je te helpen de theorie om te zetten in de praktijk. 

Meer informatie KNHS Ruiteropleiding.

Categorie: Leren paardrijden

Ander Nieuws

  • WK’s paardensport in 2022 naar Herning en Pratoni del Vivaro
    WK’s paardensport in 2022 naar Herning en Pratoni del Vivaro
  • Deelnemers internationale wedstrijden 11 t/m 17 november 2019
    Deelnemers internationale wedstrijden 11 t/m 17 november 2019
  • Leren paardrijden: De galop van een springpaard
    Leren paardrijden: De galop van een springpaard