Leren paardrijden: De draf

Geplaatst op 06 mei 2019 in Dressuur

Elke maandag lees je meer over dressuur. Vandaag nemen we de draf onder de loep. Er zijn verschillende soorten draf: de arbeidsdraf, middendraf, uitgestrekte draf en de verzamelde draf. Wat is het verschil? In draf kun je lichtrijden en doorzitten. Lichtrijden doe je natuurlijk op het ‘goede been’, maar waarom en hoe doe je dat?

De draf
De draf is een tweetakt beweging (twee tempi). Het paard beweegt zich voorwaarts door het afwisselend neerzetten van het diagonale benenpaar (linksvoor met rechtsachter en omgekeerd) met daartussen een zweefmoment. De draf is actief en regelmatig in de beenzetting en moet zonder aarzeling beginnen. In draf onderscheiden we de volgende variaties: arbeidsdraf, middendraf, uitgestrekte draf en de verzamelde draf.

 

Arbeidsdraf
De arbeidsdraf is een gang tussen de verzamelde draf en de middendraf. Het is de bedoeling dat het paard hierin in evenwicht loopt, met het gewicht verdeeld over vier benen. De ruiter houdt een licht, soepel, voortdurend en gelijkblijvend contact met de mond. Het paard beweegt zich voorwaarts met gelijke en elastische passen, en plaatst zijn achterbenen actief naar voren. De uitdrukking ‘actieve achterhand’ betekent niet dat er verzameling in deze gang wordt gevraagd, maar onderstreept het belang van de impuls. Die zorgt ervoor dat de achterhand tot stuwen en dragen komt. Het paard is actief, maar wel ontspannen en gehoorzaam.

Draf verruimen
In de proeven wordt gevraagd de draf enkele passen te verruimen. De bedoeling is dat het paard zichtbaar grotere passen maakt en een daarbij passende verlenging in de bovenlijn laat zien. Het teugelcontact blijft hierbij constant en elastisch. De hals mag iets langer worden, waarbij het paard het hoofd wat meer voor de loodlijn brengt dan in de arbeidsdraf. Maar de verbinding blijft wel soepel en het paard is nageeflijk. De passen zijn regelmatig en de beweging is in evenwicht en ontspannen. De draf verruimen is bedoeld als voorbereiding op de middendraf in de hogere klassen.

Middendraf
De middendraf is een gang tussen de arbeidsdraf en de uitgestrekte draf in. Het paard verlengt zijn passen zichtbaar, met een daarbij passende verlenging in de bovenlijn. Er is een duidelijke impuls met stuwende kracht vanuit de achterhand. Daarbij houdt het paard dezelfde houding als in de arbeidsdraf. Het teugelcontact blijft constant en elastisch. De hals mag iets langer worden, waarbij het hoofd wat meer voor de loodlijn komt dan in de verzamelde draf en in de arbeidsdraf. De passen zijn regelmatig, de beweging is in evenwicht en ontspannen.

Verzamelde draf
Als je zover bent dat je je paard kunt rijden in het horizontale evenwicht, dan ben je klaar om een stapje verder te gaan richting de verzamelde draf. Als een paard met zijn achterhand meer ondertreedt en dus meer gewicht draagt, wordt hij aan de voorkant lichter. Dit noemen we oprichting. Doordat hij meer gewicht op de achterhand gaat dragen, wordt de hoek in het achterbeen kleiner. Het achterbeen wordt actiever, de paslengte kleiner en meer verheven. Verzameling is het gevolg van de juiste manier van rijden. De energie die je opwekt met je benen, wordt vriendelijk opgevangen door je handen. Het evenwicht verplaatst zich naar achteren. De verbinding die je hebt met je paard voelt prettig, hoewel er wel sprake kan zijn van een bepaalde druk. Je zit fijner, doordat de rug meer opwaarts welft. Je paard reageert nog sneller op je hulpen, wordt beter bestuurbaar en heeft gelijke druk op twee teugels. Hij loopt met meer afdruk. Het geeft een fijn gevoel van harmonie en lichtheid. Lees hier meer over de verzameling.

Lichtrijden en doorzitten
Omdat een paard in draf steeds twee benen tegelijk optilt, word je uit het zadel geduwd. Je kunt de bewegingen opvangen door te gaan lichtrijden. Dit doe je door mee te veren als je paard je omhoog gooit en even kort in de beugels te blijven staan. Hierbij houd je je knieën tegen het zadel voor steun, maar je knijpt er niet mee. Daarna ga je weer zachtjes zitten. Dit gebeurt in de beweging, dus best snel achter elkaar. Je doet dus steeds sta-zit-sta-zit en het staan duurt even lang als het zitten. Ga niet te hoog staan en probeer je bovenlichaam rechtop te houden. Veer door met je enkels.

Op het juiste been
Door licht te rijden op het goede been is het voor een paard gemakkelijker om wendingen te lopen. Lichtrijden doe je op het buitenvoorbeen van een paard. Dat betekent dat jij moet staan als het buitenvoorbeen naar voren gaat. Dat kun je zien door even naar beneden te kijken, naar het buitenvoorbeen. Rijd je op de linkerhand, dan hoor je te staan als het rechtervoorbeen naar voren gaat. Als je verkeerd zit, wissel je van been. Dat doe je door één pas extra te blijven zitten. Ook als je van hand gaat veranderen, moet je van been wisselen. Dat doe je bij de hoekletter aan het einde van de diagonaal.

Lichtrijden: staan

Lichtrijden: Zit

Doorzitten
Doorzitten in draf betekent dat je niet meer gaat lichtrijden, maar in het zadel blijft zitten. Daardoor kun je beter voelen wat er onder je gebeurt en goed op je paard inwerken met je hulpen. Maar dat lukt alleen als je soepel de bewegingen van een paard kunt volgen, zodat je niet in het zadel bonkt. Voel je zitbeenknobbels in het zadel, knijp niet met je benen en probeer de drafbeweging op te vangen door met je heupen en onderrug soepel mee te veren. Lees hier meer over doorzitten.

Eerder verschenen in deze reeks Leren Paardrijden:

Op- en afstijgen
Beugels op maat maken
De Zit
De stap
De galop   
De Hulpen
Regels in de rijbaan
Het correct rijden van wendingen
Sturen
Buiging en stelling
Halsstrekken   
Ontspanningsoefeningen
Activiteit en impuls
Tempowisselingen       
Overgangen rijden       
De Middendraf
Doorzitten
Voltes rijden
Halthouden en groeten
Aanleuning en nageeflijkheid
Wijken voor het been  
Hoofd- Halshouding     
Rechtrichten
De verzameling

Meer weten?
In het boek 'Leer Paardrijden met Plezier', dat onderdeel is van de KNHS Ruiteropleiding Brons, vertellen we je alles over leren paardrijden. De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fasen (brons, zilver en goud) en leidt op van eerste paardrijles tot en met het hoogst haalbare niveau. De ruiteropleiding wordt aangeboden op FNRS-maneges. De dichtstbijzijnde manege bij jou in de buurt vind je hier. Heb je een eigen paard vraag dan je instructeur om je te helpen de theorie om te zetten in de praktijk. 

Meer informatie KNHS Ruiteropleiding.

Overname tekst- en beeldmateriaal niet toegestaan

Ander Nieuws

  • Jeanine Nieuwenhuis prolongeert U-25 titel
    Jeanine Nieuwenhuis prolongeert U-25 titel
  • Thalia Rockx verrassend op herhaling bij de Young Riders
    Thalia Rockx verrassend op herhaling bij de Young Riders
  • Hattrick voor Sanne Voets en Demantur RS2 N.O.P.
    Hattrick voor Sanne Voets en Demantur RS2 N.O.P.