Leren paardrijden: Springtechniek van het paard

Geplaatst op 21 oktober 2019 in Springen

Elke week lees je meer over springen in de rubriek ‘Leren Paardrijden’. Als je goed wilt leren springen is het belangrijk iets te weten over de springtechniek van een paard. De springtechniek is vaak afhankelijk van zijn bouw en natuurlijke aanleg. Een correct gebouwd paard zal ook vaker de correcte techniek laten zien. Maar gelukkig zijn ook minder correct gebouwde paarden in staat om prima te springen. Hun inzet en ‘hart’ compenseren dan een minder optimale lichaamsbouw. Je leest hier ook hoe je in de verschillende fasen boven de hindernis met de beweging van het paard kunt meegaan.

Volgorde

De springtechniek van een paard kunnen we als volgt onderverdelen:

  1. Afzet

Het paard komt snel en krachtig van de grond en de afzet gebeurt op de juiste afstand van de hindernis. Bij de afzet springt het paard anders dan bij een normale galopsprong meer naar boven. Dit kan alleen als de achterhand tijdens de afzet goed ondergebracht wordt. Een goed springpaard kan tijdens de afzet zowel naar voren (breedtesprongen) als omhoog (steilsprong) zijn sprong maken.

  1. Lichaamstechniek (basculeren)

De schoft van het paard is het hoogste punt waarbij het hoofd en de hals een voorwaarts neerwaartse houding aannemen. De rug is welvend en de achterhand wordt naar boven gebracht. 

  1. Voorbeentechniek

Het paard vouwt de voorbenen snel in, de onderarm wordt horizontaal ondergebracht, de knieën worden naar voren gebracht en zijn beide op gelijke hoogte. De pijp (onderarm) wordt zo dicht mogelijk tegen de bovenarm gevouwen. Wanneer het paard de voorbenen laat hangen of ondervouwt, het pijpbeen laat hangen, het voorbeen opzij draait, met een ongelijk voorbeen springt of wijd is in het voorbeen, heeft hij een onjuiste voorbeentechniek.

  1. Achterbeentechniek

Het paard buigt het achterbeen in met de hak richting de staart en vouwt daarna het achterbeen weer uit. Wanneer de achterbenen naar achteren worden gestrekt, opzij worden gegooid waarbij het paard zijn lichaam kantelt, of als hij zijn achterbenen onder het lichaam trekt, is er sprake van een onjuiste achterbeentechniek.

  1. Landingstechniek

Het paard zet in een vloeiende beweging kort na elkaar eerst het ene en dan het andere voorbeen aan de grond, de achterbenen volgen vloeiend. Zowel op het rechter- als het linkervoorbeen kan het paard makkelijk landen. Hierna volgt vloeiend de eerste galopsprong. Als het paard landt op vier benen, zwaarmoedig (zonder voorwaarts te denken) landt, altijd op hetzelfde been landt, in de overkruiste galop landt of een gebrek aan reflex in de eerste galopsprong heeft (traag is), mogen we spreken van een onjuiste landingstechniek. In de eerste galopsprong na de landing strekt het paard het lichaam om zijn balans weer terug te vinden. De eerste galopsprong dient vloeiend te zijn met de achterhand onder het lichaam gebracht. Zo herstelt het het paard zijn takt en balans.

Hoe zorg je ervoor dat je in de verschillende fasen boven de hindernis met de bewegingen van het paard mee kunt gaan?’

  • In de afzetfase blijf je vanuit de verlichte zit soepel in de heupen naar voren gebogen. Je brengt daarbij genoeg druk op de beugel, zodat het onderbeen op de plaats blijft en niet naar achteren glijdt. Bij hogere sprongen moet je bij de afzet meer naar voren gaan. De hand moet zo ver in de richting van de paardenmond naar voren gaan dat het paard zijn hals kan strekken. Er blijft een licht contact met de paardenmond bestaan.

  • In de zweefmomentfase boven de hindernis gaat je bovenlichaam meer naar voren en komt je zitvlak verder uit het zadel. Hoe ver het bovenlichaam naar voren gaat en hoe ver het zitvlak uit het zadel komt, hangt af van de hoogte van de sprong en van de rugwelving van het paard. Het gaat erom dat je harmonisch meegaat met de bewegingen van je paard en dat je stevig en mooi in balans blijft zitten.

  • Tijdens de landingsfase past het bovenlichaam zich soepel aan aan de zwaartepuntverplaatsing. Je mag niet voorover vallen of achter de beweging komen. Te vroeg oprichten stoort het paard in de rug en kan tot achterhandfouten leiden.

 

De verschillende fases van een sprong

Vijf bewegingsfasen

De sprong kan worden verdeeld in de volgende bewegingsfasen:

  • De laatste galopsprong voor de afzet
  • De afzet zelf
  • Het zweefmoment
  • De landing
  • De eerste galopsprong na de landing


De laatste galopsprong voor de hindernis:
het paard sluit zich waardoor de laatste galopsprong korter wordt. De hoeken in het achterbeen worden kleiner en het paard brengt zijn hals op lengte.

De afzet: het paard verdrijft met de achterbenen de voorbenen en zet daarbij zijn hoeven nagenoeg naast elkaar op de afdruk van de voorhoeven.

Het stijgen: het paard neemt zijn voorbenen een voor een op, strekt zijn lichaam, kort de hals in, opent de hoeken van de spronggewrichten met kracht.

Het zweven: het paard vouwt de voorbenen voor de borst, maakt de hals lang, drukt zijn schoft omhoog, maakt de rug rond en trekt zijn hakken op richting staart.

Het dalen: het paard strekt zijn voorbenen een voor een, kort de hals in en slaat de achterbenen wat uit.

Het landen: het paard komt met de voorbenen een voor een op de bodem, brengt de hals terug en naar boven, en drijft met zijn achterbenen de voorbenen weg. Hij plaatst de achterhoeven een voor een op de afdruk van de voorhoeven.

Heb je nog vragen over de springtechniek van het paard? Vraag dan je instructeur om je te helpen. 

Eerder verschenen in de reeks 'Leren Paardrijden - Springen' de volgende artikelen:

Verlichte zit
Lijnen en hindernissen
Losrijden
Fasen van een sprong
Grondtempo, controle en ritme bij het springen
Parcoursverkennen en rijden
Springtermen

Meer weten?
De informatie uit bovenstaand artikel vind je in de boeken brons en zilver van onze ruiteropleiding ‘Leer paardrijden met Plezier’. Je kunt deze boeken sinds kort bestellen in onze webshop. De boeken kosten € 27,50 per stuk, maar ben je lid van de KNHS dan betaal je maar € 15,95.

De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fasen (brons, zilver en goud) en leidt op van eerste paardrijles tot en met het hoogst haalbare niveau. De ruiteropleiding wordt aangeboden op FNRS-maneges. De dichtstbijzijnde manege bij jou in de buurt vind je hier. Heb je een eigen paard vraag dan je instructeur om je te helpen de theorie om te zetten in de praktijk. 

Meer informatie KNHS Ruiteropleiding.

Categorie: Leren paardrijden

Ander Nieuws

  • WK’s paardensport in 2022 naar Herning en Pratoni del Vivaro
    WK’s paardensport in 2022 naar Herning en Pratoni del Vivaro
  • Deelnemers internationale wedstrijden 11 t/m 17 november 2019
    Deelnemers internationale wedstrijden 11 t/m 17 november 2019
  • Leren paardrijden: De galop van een springpaard
    Leren paardrijden: De galop van een springpaard