Leren paardrijden: Voltes rijden

Geplaatst op 18 februari 2019

Als je paardrijdt, ben je nooit uitgeleerd. Dressuur is de basis waar eigenlijk iedereen mee begint. In de dressuur leer je met een correcte houding en zit en met de juiste hulpen paard te rijden. Elke week besteden we aandacht aan één van de vele aspecten die met dressuurrijden op verschillende niveaus aan bod komen. Vandaag gaan we weer even terug naar de basis. Het rijden van een volte. Het lijkt zo makkelijk, maar stiekem is het rijden van een goede volte nog een hele uitdaging! Lees hier de tips and tricks voor de perfecte volte.

Een volte is een cirkel waarvan de doorsnee wordt aangegeven. Uitzondering is de grote volte, die de hele rijbaan beslaat en dus een vaste doorsnede heeft van 20 meter. Wordt een grote volte bij A of C gereden, dan is het dus niet juist om de hoefslag te volgen in de hoeken. Het paard volgt qua stelling en buiging met zijn lichaam de lijn van de volte. Dat wil zeggen dat de achterhand op de volte het spoor van de voorhand volgt. Het binnenachterbeen moet in het spoor van het binnenvoorbeen treden en het buitenachterbeen in het spoor van het buitenvoorbeen. Het paard volgt de aanwijzingen van de ruiter zonder enig verzet, waarbij geen verandering in de gang, takt, tempo of aanleuning mag optreden. Bij een kleinere volte is het voor het paard moeilijker om zijn lengtebuiging aan te passen aan de boog van de cirkel. Dan bestaat de kans dat hij uitzwaait met de achterhand of dat het taktmatig verloop van zijn beweging verstoord raakt. Vaak zien we dat een volte niet helemaal rond gereden wordt. Een correcte volte bestaat uit twee even grote halve cirkels en eindigt waar hij is begonnen.

Hoe rijd ik een volte?
Bij het rijden op de grote volte is het paard constant gebogen. Jouw binnenbeen ligt op zijn plaats en drijft het binnenachterbeen van je paard aan. Ook onderhoudt je binnenbeen de lengtebuiging en voorkomt hij dat het paard op de grote volte naar binnen valt. Je paard mag daardoor echter niet naar buiten zwaaien. Jouw buitenbeen ligt begrenzend naar achteren, voorkomt samen met de begrenzende buitenteugel dat het paard uitzwaait en zorgt ervoor dat je paard met zijn buitenachterbeen gelijkmatig naar voren stapt.

Verschillende soorten voltes:

Grote volte
Een volte is een cirkel. Voltes kunnen verschillende maten hebben. Een grote volte heeft een doorsnede van 20 meter, omdat de breedte van een rijbaan die maat heeft. Als je bij A of bij C een volte rijdt, moet je de hoeken afronden. Zo kun je goed het verschil laten zien tussen een volte en het doorrijden van de hoek over de hoefslag. Als je bij A of C een volte rijdt, raak je drie keer de hoefslag en de letter X. Een goede volte rijden is best moeilijk. Het is de bedoeling dat je paard ‘in het spoor’ blijft, dus met zijn achterbenen op dezelfde lijn loopt als zijn voorbenen. Daarbij moeten zijn hals en lichaam net zo gebogen zijn als de vorm van de volte. Dit heet stelling en buiging.

Grote volte

 

Voltes 10 meter
Een grote volte heeft een doorsnede van 20 meter. Dit is de hele breedte van de rijbaan. Je kunt ook kleinere voltes rijden. De volte 10 meter wordt ook wel een volte halve baan genoemd, omdat je precies tot de A-C lijn komt als je deze vanaf de lange zijde rijdt. Rijd je een volte 10 meter bij E of B, houd dan goed de A of de C in de gaten, zodat je niet over de middellijn komt. Houd er bij de inzet al rekening mee dat je scherper moet draaien. Deze volte kan ook worden gevraagd bij de letters A of C. Dat is moeilijker richten. Oefen dit met je instructeur.

Volte 10 meter


Volte 15 meter
Bij het inzetten van de volte 15 meter moet je er rekening mee houden dat de volte kleiner is dan de grote volte en je dus sneller moet wenden. Maar hij is groter dan de volte 10 meter. De volte 15 meter zit er precies tussen in.

Volte 15 meter


Halve grote volte
De halve grote volte is, zoals de naam al zegt, de helft van een grote volte. De voorbereiding en het rijden hiervan gaat net als bij de grote volte. Na de helft van de grote volte rijd je rechtuit over de hoefslag.

Halve grote volte

 

Slangenvolte
De slangenvolte bestaat uit een aantal bogen, waartussen je recht oversteekt van de ene naar de andere kant van de rijbaan. Het zijn eigenlijk halve voltes die verbonden zijn met elkaar door rechte lijnen. Er zijn slangenvoltes met drie, vier of vijf bogen. In de proef staat aangegeven hoeveel bogen je moet rijden. Het is belangrijk dat je ze zo verdeelt over de rijbaan, dat je ze allemaal even groot rijdt. Iedere boog bereid je voor en rijd je zoals je een volte zou rijden. Je paard moet dus iets naar binnen kijken. Na de boog rijd je rechtuit. Rijd recht naar de overkant en bereid de volgende boog op tijd voor op dezelfde manier. Als je de slangenvolte in draf rijdt en daarbij lichtrijdt, wissel je van been als je over de AC-lijn gaat.

Slagenvolte met drie bogen


Leuke oefening:

Nageeflijkheid en spiraalsgewijs openen en sluiten van de volte

Een leuke oefening voor het vergroten van de balans van je paard maar ook wanneer je moeite hebt je paard goed aan de teugel te rijden, is het spiraalsgewijs sluiten en openen van de volte. Niet aan de teugel willen heeft vaak te maken met niet goed ondertredende achterbenen. Door het op een grote volte te proberen en deze volte spiraalsgewijs te sluiten, treedt het binnenachterbeen van je paard automatisch meer onder. Daarbij buigt hij ook nog eens in zijn lijf. Het is bij deze oefening van belang dat je heel bewust geleidelijk de volte sluit. Doe je dit niet dan verliest je paard zijn balans onder je, valt hij over zijn schouder weg en heeft de oefening geen oefenwaarde. (Dat wil zeggen; dan levert het jullie niets op).

Het spiraalsgewijs sluiten van de volte start vanaf een grote volte (doorsnede 20 meter) dit kun je zowel bij A, C als bij E-B rijden. Vanuit deze grote volte stuur je je paard spiraalsgewijs geleidelijk naar binnen tot je een volte rijdt van zo’n 12 tot 15 meter. De hulpen hiervoor zijn dezelfde als die je altijd gebruikt op het rijden van een volte. De richtlijn voor het aantal spiralen (kleiner wordende voltes) dat je rijdt om tot de kleine volte met een diameter tussen de 12 tot 15 meter te komen is ongeveer 1, voor het verkleinen van de volte tot ca. 8 meter is dit ongeveer 3. Ditzelfde geldt voor het weer spiraalsgewijs vergroten van de volte totdat je weer op de grote volte rijdt. Let op dat je je paard correct door de wendingen rijdt met de juiste stelling en buiging en hem niet over zijn schouder laat vallen. Het is de bedoeling dat hij netjes in balans blijft lopen onder je. Wanneer je merkt dat je paard over zijn schouder valt of uit balans raakt rijd je door op een volte van dezelfde grootte, dus even niet verkleinen en vergroten totdat je de juiste balans weer te pakken hebt. Daarna kun je weer doorgaan met de oefening.

Blijf goed op je eigen houding letten. Als je zelf niet goed zit, kun je niet van je paard verwachten dat hij zijn werk doet. Bovendien kun je alleen maar voelen wat er onder je gebeurt als je ontspannen meegaat met de bewegingen van je paard. Richt je aandacht op het activeren van zijn achterbenen en houd steeds contact met de mond van je paard zonder te trekken.

Probeer op beide teugels evenveel druk te voelen. Als je nu beendruk geeft, wordt het gevoel in je handen zwaarder, de meeste paarden hebben hier al genoeg aan en geven na. Doet jouw paard dat niet, dan kun je een paar keer schakelen in tempo, waarbij je paard goed moet reageren op je beenhulp. Op die manier rijd je eigenlijk tegen het contact dat je hebt met je hand aan, tot je paard nageeft. Aan de teugel lopen moet je steeds blijven onderhouden. Niet alleen door telkens te blijven schakelen in tempo maar ook door het rijden van andere oefeningen. Vergeet niet om je paard te belonen en hem even lange teugel te geven om uit te blazen. Wees daar niet bang voor; als jij op de juiste manier met je been naar je hand toe rijdt, dan heb je je paard zo weer aan de teugel.

Ook wanneer je paard gaat hangen op je hand is het belangrijk dat je zijn achterhand goed activeert. Niet door hem alleen maar voorwaarts te drijven maar ook door veel te schakelen in tempo en bijvoorbeeld schijnovergangen te rijden. Dat laatste wil zeggen dat je het tempo waarin je rijdt terugbrengt alsof je naar een lagere gang over wilt gaan. Als je paard bijna de overgang wil maken, rijd je hem weer voorwaarts.

Tip:
Zorg ervoor bij het rijden van wendingen, vooral in voltes, dat je de binnenteugel niet te veel gebruikt. Zorg voor een elastische aanleuning aan de buitenteugel, omdat het paard anders gemakkelijk achter de loodlijn komt of onregelmatig loopt. Het paard moet direct gehoorzamen op de eerste teugelaanwijzing.

Heb je nog vragen over het rijden van voltes of heb je hulp nodig? Vraag je instructeur om je te helpen!

 

Eerder verschenen in deze reeks Leren Paardrijden:

De Zit
De Hulpen
Het correct rijden van wendingen
Aanleuning en nageeflijkheid
Activiteit en impuls
De stap
Doorzitten
Beugels op maat maken
Regels in de rijbaan
De Middendraf
Wijken voor het been
De verzameling
Buiging en stelling

Meer weten?
In het boek 'Leer Paardrijden met Plezier', dat onderdeel is van de KNHS Ruiteropleiding Brons, vertellen we je alles over leren paardrijden. De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fasen (brons, zilver en goud) en leidt op van eerste paardrijles tot en met het hoogst haalbare niveau. De ruiteropleiding wordt aangeboden op FNRS-maneges. De dichtstbijzijnde manege bij jou in de buurt vind je hier. Heb je een eigen paard vraag dan je instructeur om je te helpen de theorie om te zetten in de praktijk. 

Meer informatie KNHS Ruiteropleiding.

Overname tekst- en beeldmateriaal niet toegestaan

 

Categorie: Leren paardrijden

Ander Nieuws

  • Leren paardrijden: Gymnastiseren en trainingsresultaat
    Leren paardrijden: Gymnastiseren en trainingsresultaat
  • Leren paardrijden: Gewichtshulpen
    Leren paardrijden: Gewichtshulpen
  • Leren paardrijden: Sturen
    Leren paardrijden: Sturen