Vijf vragen aan: springforumvoorzitter Joffra Schaap-Greve

Geplaatst op 09 januari 2019 in Springen

Regelmatig stellen we vijf vragen aan iemand uit de organisatie van de KNHS. Deze maand komt Joffra Schaap-Greve aan het woord. Joffra is voorzitter van het KNHS Springforum.

Wat zijn de belangrijkste taken van de voorzitter van een disciplineforum?
“Binnen het disciplineforum worden nieuwe ideeën besproken en de spelregels bepaald voor alle niveaus van de springsport in Nederland. Als voorzitter begeleid ik het proces van nieuwe initiatieven en reglementen tot en met de besluitvorming. Daarbij is het bijvoorbeeld belangrijk dat iedereen aan het woord komt, dat we gaan voor een meerderheid van de stemmen en controleren of er voldoende draagvlak is en dat de achterban voldoende geïnformeerd wordt. Als voorzitter heb ik zelf geen stemrecht binnen het forum. Ook moet ik ervoor zorgen dat de juiste onderwerpen op de agenda komen en dat ik de vergaderingen inhoudelijk voorbereid in samenwerking met de werkorganisatie van de KNHS.

Je bent sinds 2014 betrokken bij het forum, welke positieve ontwikkelingen heb je meegemaakt binnen de springsport in Nederland?
In 2014 zijn de disciplinefora geïntroduceerd bij de KNHS en daar ben ik sindsdien ook al bij betrokken. Er is een ongekende hoeveelheid enthousiasme, kennis en energie bij alle leden van het springforum, die er bovendien veel vrije tijd aan besteden. Ik vind het een positieve ontwikkeling dat er vanuit de KNHS steeds minder regelgeving is en meer verantwoordelijkheid wordt gegeven aan ruiters, officials en de wedstrijdorganisaties. Daarvan is het vrijgeven van het wedstrijdtenue bij warm weer sinds april 2017 een mooi voorbeeld. In de huidige regelgeving staat dat de ruiters het zelf mogen bepalen, maar dat de organisatie vooraf altijd eisen mag stellen. Daarmee leg je de bal bij de organisatie. Wil een organisatie bijvoorbeeld dat er op zondagmiddag in de Grote Prijs met 30 graden in een rijjasje gereden wordt, dan kan dat. Dat wordt niet meer allemaal vanuit Ermelo geregeld. Dit neemt niet weg dat organisaties, officials en ruiters nog moeten wennen aan deze vrijheid en verantwoordelijkheid.
Een ander belangrijk doel dat we bereikt hebben in de afgelopen jaren is dat de springsport toegankelijker geworden is. De klasse BB is een rubriek geworden waar je geen startpas voor nodig hebt, maar wel een prijsje kunt winnen. Ook de samenwerking met de FNRS en de doorlopende leerlijn is een mooi resultaat. We als springforum de ambitie om deze ingeslagen weg verder uit te bouwen in 2019.
Het springforum is de laatste jaren nauw opgetrokken met afdeling Opleidingen, om de bijscholing vanuit de praktijk te benaderen en kwalitatief omhoog te krijgen. Voorheen was het zo dat je aanwezigheid voldoende was om je licentiepunten te behalen. Nu draait het echt om de inhoudelijke bijscholing van instructeurs en officials. Ook bepaalt het springforum een groot deel van de inhoud en opzet van de nieuwe KNHS-opleidingen. Voordeel hiervan is, dat de opleidingen nauw aansluiten bij de ontwikkelingen en wensen vanuit het veld.

Welke uitdagingen en kansen voor de springsport zie je het komende decennium en welke rol kan de KNHS hierin spelen?
De belangrijkste bedreiging voor de springsport is de paardensector zelf. Er heerst veel verdeeldheid binnen de sector. Volgens mij wordt er regelmatig te kortzichtig gedacht door de paardensporters- en houders. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat er een tweede sportbond nodig is. Men heeft dan echt niet in de gaten wat er allemaal door een bond geregeld wordt. Hoe het bijvoorbeeld zit met gelden richting NOC*NSF, subsidies van Lotto en hoe er door ‘Den Haag’ tegen de nu al versnipperde paardensportsector wordt aangekeken! Als we in de toekomst met z’n allen nog willen kunnen genieten van de prachtige paardensport, is er een duidelijke visie en externe communicatie als paardensport als geheel een noodzaak. Hier heeft de KNHS, samen met de collega’s van de Sectorraad Paarden, een belangrijke rol in.
De top van de springsport wordt steeds technischer. We moeten ervoor waken dat deze tendens niet doorzet naar de breedtesport. Uiteraard moet een M-parcours voldoen aan de eisen van een M-parcours, maar binnen de breedtesport moet ‘een lekker rondje kunnen rijden’ altijd voorop blijven staan. Dit is van belang voor zowel het opleiden van de jonge paarden als voor het plezier van een deelnemers.
En tot slot heb ik persoonlijk een grote droom: het NK springen paarden voor alle klassen, van B tot en met 1.60m inclusief alle jeugdkampioenschappen in één weekend op één locatie. Hoe gaaf is het als je als B springruiter samen met Jeroen Dubbeldam, Maikel van der Vleuten of je held Harrie Smolders op dezelfde locatie, in hetzelfde weekend mag strijden om de hoogste titel?!? En het is nu het moment om hier stappen voor te ondernemen: animo Hippiade paarden wordt steeds minder, de Ledenraad overweegt ook een andere aanpak voor de Hippiade en locatie NK Mierlo houdt over paar jaar ook op. Dus tijd voor actie!

Wat is de invloed geweest van het springforum bij het ontstaan van de nieuwe verenigingsvorm, de ‘wedstrijdvereniging’ zoals bij Equestrian Centre De Peelbergen?
Als springforum hebben we vanaf het begin de ontwikkelingen bij De Peelbergen en familie Heijligers op de voet gevolgd. Altijd met de insteek: hoe kunnen we het KNHS-reglement aanpassen zodat we aan de behoeften van de markt kunnen voorzien? Want op deze locaties wordt zeer goed ingespeeld op de behoeftes in de markt: zonder promotie/degradatie lekker een rondje springen op een prachtige accommodatie. Het is voor ons als springforum echter lastig om hier als collectief iets aan te doen. Het is complexe materie en dit fenomeen vond tot dan toe enkel in het zuiden van het land plaats. Ik heb twee jaar geleden daarom op persoonlijke titel een stuk geschreven met een mogelijke oplossingsrichting en heb deze oplossing besproken met de toenmalige directeur van de KNHS. Mijn voordeel is dat ik door mijn achtergrond kennis heb van de reglementen, de markt en ook de ICT van de KNHS. Ik neem zelf ook regelmatig deel aan deze wedstrijden. Sinds deze memo ben ik bij alle bijeenkomsten geweest om ervoor te zorgen dat het idee ook daadwerkelijk tot een resultaat zou leiden. Mijn onafhankelijk rol is een verbindende factor geweest bij de besluitvorming. Ik durf te zeggen dat ik als voorzitter van het springforum grondlegger ben van de oplossing die er nu ligt.
Het belang om de succesvolle springwedstrijden in Peelbergen en Asten te formaliseren is voor de paardensector van groot belang. Er werd gebruik gemaakt van de KNHS-infrastructuur (parcoursbouwer en officials) zonder dat hier een afdracht plaatsvond. Verder vielen deze wedstrijden formeel niet onder het tuchtrecht van de KNHS. Stel dus dat er een welzijnsissue plaats had gevonden (die ik overigens nooit heb gezien), dan konden we dat als sector slecht uitleggen aan de buitenwereld. Er nemen aan deze wedstrijden ook regelmatig buitenlandse ruiters deel. De KNHS kreeg regelmatig vragen van onze buurlanden hoe dit nu allemaal geregeld is. Hier kon geen eenduidig antwoord op gegeven worden. Met de huidige oplossing, waarbij de organiserende wedstrijdvereniging €7 per wedstrijd afdraagt aan de KNHS en alle deelnemers (nationaal en internationaal) lid zijn van deze wedstrijdvereniging -en dus van KNHS- is alles nu goed geregeld een ook nog met minimale inspanning van de ICT-voorzieningen. 

Blijven traditionele springwedstrijden volgens jou in de huidige vorm bestaan?
Daar ben ik van overtuigd. De ene vorm van wedstrijden sluit de andere niet uit. Sowieso  omdat de ruiters en amazones winstpunten nodig hebben om te promoveren en mee te kunnen doen aan kampioenschappen. Echter de tijd dat er rechten verleend kunnen worden aan het feit dat een vereniging al 40 jaar een concours met bijvoorbeeld Hemelvaart organiseert, is voorbij. De wedstrijdkalender wordt niet meer door KNHS-regiobestuurders gereguleerd, maar door de markt. Dit vergt ondernemerschap van de organiserende verengingen. KNHS-bestuurslid Emile Hendrix geeft vaak het voorbeeld van de ambachtelijke bakker in het dorp, die moet overleven naast de supermarktketens met vers broodafdelingen. Van deze bakker wordt ook meer verwacht van zijn onderscheidend vermogen, andere aanpak, etc. Dit principe geldt ook voor de paardensportverenigingen.
Tegelijkertijd vind ik dat we als ruiters een belangrijke rol hebben om de traditionele wedstrijden een warm hart toe te blijven dragen. Dit kan al heel eenvoudig door je op tijd op te geven, zodat de organisatie weet waar ze aan toe zijn. Hier hoeft de KNHS haar regelgeving niet voor in te richten, dit fatsoen moeten we met elkaar gewoon hebben.
Het is overigens wel goed om te weten, dat een organisatie die categorie 6 wedstrijden (niet-promotionele wedstrijden van de wedstrijdvereniging) wil organiseren, verplicht is om zes keer per jaar promotionele wedstrijden te organiseren. Dit heeft de KNHS zeer bewust als eis toegevoegd.
Als iedereen (ruiters, wedstrijdorganisaties en KNHS-werkorganisatie) haar verantwoordelijkheid neemt, dan weet ik zeker dat we er samen, vanuit de marktontwikkeling, een nog mooiere springsport van gaan maken.”

Foto: archief KNHS

Categorie: Vijf vragen aan, Springforum

Ander Nieuws

  • IK Ermelo 2019: Ponytoppers zijn klein maar dapper *Update*
    IK Ermelo 2019: Ponytoppers zijn klein maar dapper *Update*
  • IK Ermelo 2019: Springkampioenschappen van start met pony’s
    IK Ermelo 2019: Springkampioenschappen van start met pony’s
  • De finale van de KNHS-FNRS Springcompetitie op 24 maart, ben jij er bij?
    De finale van de KNHS-FNRS Springcompetitie op 24 maart, ben jij er bij?