­ 'Dit is geen vak, maar een roeping’ - KNHS

'Dit is geen vak, maar een roeping’

Geplaatst op 08 december 2020

Vier instructeurs die hun sporen hebben verdiend en die iedere dag weer vol vuur aan de slag gaan om paarden en ruiters verder te helpen. Hoe kijken ze tegen het vak aan en hoe blijven ze gemotiveerd?

 

Ons panel

Albert Ubels (1954) geeft al ruim 40 jaar dressuurles, ook als verenigingsinstructeur. Hij is onder anderen het vaste gezicht bij de Waddenruiters op Texel, waar hij dit jaar zijn dertigjarig jubileum vierde. Marie Jose Timmermans (1967) is al 35 jaar dressuurinstructeur. Ze geeft privélessen, is betrokken bij het trainersplatform en leidt een ORUN 3-opleiding. Fried van Stiphout (1957) begon op zijn achttiende met lesgeven. Fried is al 45 jaar een vaste waarde voor de eventingwereld en als clubinstructeur. Filip Dros (1949) is al bijna 55 jaar manege-instructeur, tegenwoordig in zijn eigen bedrijf met bijna zestig pony’s en paarden.

 

Hoelang ben je al instructeur?

Filip, die in 1974 de opleiding in Deurne afrondde, kan smakelijk vertellen over die tijd. Hij huurde een manege in Limburg. ‘Ik had geen cent en die was het goedkoopst,’ lacht hij. Via bedrijven in Zandvoort en Amsterdam kwam hij in Barendrecht terecht. Marie Jose deed in 1985 de commandantencursus. Ze liep stage bij Ton en Mieke de Kok in Nootdorp. ‘Daar deed ik de ponyclublessen. Daarna volgden de verdere opleidingen.’ Albert ging aan de slag als verenigings- en privéinstructeur in de kop van Noord-Holland. ‘Ik ben een blijver. Zo ben ik al dertig jaar instructeur bij de Waddenruiters op Texel en ook bij andere clubs kom ik al lang.’ Fried begon op zijn achttiende met lesgeven en staat nog steeds bijna elke avond in de rijbaan als verenigingsinstructeur.

 

Wie heeft grote impact op je gehad in je opleiding?

Daar hoeft Marie Jose niet lang over na te denken. ‘Henk van Bergen. Die kwam altijd terug op het belang van de basis, dat consequent van achteren naar voren rijden. Ik let erg op het goedgaande paard. De oefeningen zijn geen kunstjes op zich, maar manieren om paarden soepeler en meer in balans te krijgen. Schoudervoor, schouderbinnenwaarts, tempowisselingen en goed de hoeken in, dat komt bij mij veel terug.’ Bij Albert komt meteen de naam van Herman Smit naar boven, bij wie hij de commandantencursus deed. ‘Daarna in Ermelo hebben vooral Johan Hamminga en Rien van der Schaft me gevormd. We reden jonge paarden van het KWPN, waarbij we allerlei problemen oplosten. Je ontwikkelt gevoel door verschillende paarden te rijden. Ik leerde om terug te vallen op het scala van de africhting. Hoeveel nieuwe inzichten er ook zijn, nog steeds werk ik volgens dat stramien, waarbij je paarden ontspannen op eigen benen probeert te krijgen. Ik pas mijn lessen altijd aan per combinatie. Ieder paard is anders en heeft een eigen aanpak nodig om optimaal te lopen. In een groepsles probeer ik zo veel mogelijk een individuele benadering toe te passen.’ ‘Leer hem maar paardrijden,’ zei de vader van Fried tegen manegehouder Jan de Leijer uit Veghel. In Ermelo bracht de befaamde Tinus Ruiterkamp hem de kneepjes van het instructeursvak bij. ‘Consequent zijn, dat leerde hij me. Mensen dénken dat ze het zijn, maar drie keer mag een paard iets niet en de vierde keer wel. Ik hamer daar dagelijks op. Wij moesten van Ruiterkamp altijd een keer op de rug staan van de hengsten die we reden. Kom daar nu maar eens om. Maar hij had wel een punt, want dat kan bij consequente opvoeding.’ Dressuurman Ernest van Loon, springinstructeur Terranea en juffrouw Tack leerden Filip het vak. ‘Ik leste een paar jaar bij Piet Oothout. En Jo Rutten kwam soms naar mijn manege met Limandus en Banjo. Ik mocht wel eens op zijn paarden, waar hij later internationaal zo succesvol mee was. Die link met de topsport heb ik kunnen gebruiken in de manegelessen en in de opvoeding van mijn manegepaarden.’

 

Albert: ‘Pas later kreeg ik meer inzicht. Je moet leren lesgeven, veel combinaties zien’

 

Wat is er veranderd?

‘De paarden,’ vindt Marie Jose. ‘Ze hebben meer kwaliteit, maar ook meer bloed. Het is dus niet altijd makkelijker. In mijn stagetijd had je Nicole Uphoff die haar paarden met de kin op de borst reed, waar we met verbazing naar keken. Nu zit er ook wel eens een kijkerige tussen die ik iets ronder laat instellen. Daar heb ik geen bezwaar tegen, mits het op de juiste manier gebeurt, dus altijd van achter naar voren.’ Fried memoreert dat je het vroeger wel uit je hoofd liet om weerwoord te geven. ‘Dat is nu wel anders. En tegenwoordig doet iedereen wat de meeste mensen doen. Of ze zoeken het op op hun telefoon.’ Wat hij anders vindt, is het instapniveau. ‘Wij moesten alles zelf opbouwen. Nu beginnen de toppers in de Z. Als die steeds weer van onderaf moeten met een paard, komen ze er niet. Maar die kennis van de opbouw mag niet verloren gaan.’ Albert zegt dat hij als jong instructeurtje met een soort standaardverhaal uit de opleiding kwam. ‘Iedereen moest de volte sluiten,’ lacht hij. ‘Pas later kreeg ik meer inzicht. Je moet leren lesgeven, veel combinaties zien.’ Wat echt anders is geworden volgens de instructeurs, is dat zelfs op lagere niveaus tegenwoordig vaak sprake is van een team aan begeleiders. Marie Jose: ‘Ze hebben een sportpsycholoog, een fysio, noem maar op. In mijn tijd kwam één keer per jaar de dierenarts inenten en dat was het.’ Volgens Filip is er meer aandacht voor dierwelzijn en moeten maneges daarin meegaan. ‘Een paard is geen gebruiksmiddel meer en dat moeten we uitdragen. Daarnaast speelt mensenwelzijn steeds meer. Paarden kunnen een grote rol spelen bij de emotionele ontwikkeling omdat ze spiegelen.’

 

Fried: ‘Nu beginnen de toppers in de Z. Wij moesten alles zelf opbouwen’

 

Hoe blijf je gemotiveerd?

Albert geeft les aan combinaties van divers niveau, van BB tot ZZ-Z. ‘Het zit in mijn karakter om geduld te hebben. Ik blijf net zo lang doorgaan tot er resultaat is. Als iemand blijft hangen, vind ik het een uitdaging om oplossingen te verzinnen waardoor ze toch weer verbeteren. Als ik dan na het weekend een appje krijg dat ze winstpunten hebben gehaald, geeft dat veel voldoening.’ Marie Jose heeft leuke leerlingen met goede paarden om mee te werken. ‘Het is mijn leven, mijn passie. Ik vind het fijn om mensen iets te leren.’ Ook Fried voelt voldoening als hij bekende ruiters in de top ziet meedraaien die onder zijn vleugels vandaan komen. Filip noemt het geen vak, maar een roeping. ‘Een paard is in staat om menselijke eigenschappen positief te beïnvloeden. Ik krijg hier kinderen met problemen, soms zelfs een dubbele rugzak. Ik ga niet op de stoel van een therapeut zitten. Dat doet het paard voor me. Een druk kind leert snel genoeg dat hij moet dimmen als hij lekker wil rijden. Wat ik doe is meer dan leren paardrijden. Dat geeft enorm veel voldoening.’

 

Marie Jose: ‘Contact met collega’s inspireert. Je moet zorgen dat je niet thuis op je eigen eilandje raakt’ 

 

Hoe belangrijk zijn bijscholingen?

Marie Jose vertelt dat het contact met collega’s haar altijd inspireert. ‘Je moet zorgen dat je niet thuis op je eigen eilandje raakt.’ Albert en Fried beamen dat nieuwe inzichten voorkomen dat je vastroest. Ze hebben alle drie hetzelfde idee over bijscholingen van basisinstructeurs. Marie Jose: ‘Ieder jaar hebben we dat trainersseminar met heel goede ruiters en paarden, maar thuis hebben zij die B- en L-ruiter met problemen. Dat is echt anders. Laat ze eens zelf zo’n leerling meenemen, met wie in kleine groepjes onder leiding van een coach niveau 5 wordt gewerkt, zodat iedereen van elkaar kan leren.’ Albert vindt dat grote bijscholingen, waarbij wordt gewerkt aan wissels, pirouetten en verzameling, voor het gros aan basisinstructeurs het doel voorbijschiet. ‘Die zijn met heel andere problemen bezig en je kunt ze beter daarin wat meegeven.’ Volgens Fried is het belangrijk om aan te geven of iemand op de goede weg is. ‘Als daar iemand met een ervaren paard vertelt dat het allemaal zo makkelijk is, denken mensen die thuis een minder goeie hebben dat ze gek zijn. We moeten wel reëel kunnen zijn en zeggen waar het op staat. Harde hand hoeft niet, al heb ik daar zelf het meeste van geleerd. Maar dat overdreven positieve om klanten te houden, leidt er in mijn ogen toe dat het niveau daalt.’ Voor manege-instructeurs zou er volgens Filip op de reguliere bijscholingen meer te halen kunnen zijn. ‘Die zijn nu te veel gericht op de sport,’ vindt hij. ‘Terwijl negentig procent van de ruiters geen wedstrijdambities heeft, en dat zijn heus niet alleen beginners.’

 

Albert Ubels in de vertrouwde rijhal van De Waddenruiters op Texel.

 

Wat vinden jullie van de huidige opzet van het onderwijs bij de KNHS?

Marie Jose is blij dat de opleidingen tegenwoordig weer langer duren. ‘Hoe goed je ook kunt rijden, instructeur word je niet in een paar maanden. Daar moet je kilometers voor maken. Dat duurt jaren. Ik doe het al heel lang en ik leer nog steeds. Het is een vak waar je ervaring voor moet opdoen.’ Dat tot een bepaald niveau de opleiding allround is, vindt Albert goed. ‘Maar het hele pakket, zoals vroeger, is echt niet nodig. Ik moest overal springpaarden vandaan lenen, weet ik nog.’ Hij vindt het wel een goed idee dat potentiële instructeurs met alle facetten kennismaken. ‘Doe eens een dagje western, endurance, mennen en voltige. Daar word je veelzijdiger van.’ Ook Fried vindt het een kwestie van ervaring. Toen Deurne werd opgeheven, miste Filip een opleiding speciaal voor manege-instructeurs. De KNHS heeft nu de opleiding Instructeur Basissport Manege. Manege-instructeur is dan ook een wezenlijk ander vak, vindt Filip. ‘Ik heb mensen nodig die meer kunnen dan iemand leren rijden. Een manegepaard scouten en opleiden, horsemanship bijbrengen aan mensen zonder enige achtergrond op dat gebied, veiligheid bieden en ook nog inzien hoe je een manege economisch rendabel houdt. Ik wil niet als een ouwe zeur overkomen, maar maneges zitten onderaan de ladder. Als het in de sport niet lukt, kunnen ze bij ons terecht, zo wordt wel gedacht. Terwijl wij de kraamkamer zijn en dus eigenlijk bovenaan moeten staan.’

 

Filip: ‘Grondwerk is in de Randstad dé manier om de achterstand in horsemanship in te lopen’

 

Hoe zie je de toekomst voor de paardensport en voor jezelf?

‘Voor de paardensport vind ik het wel spannend, met al dat socialmediagedoe en die activisten. Ik ben blij dat ik ben opgegroeid in een periode zonder internet,’ verzucht Marie Jose. Ze houdt het als instructeur nog wel even vol. ‘Ik rijd nog. Dat maakt je een betere instructeur. Je blijft het voelen, waardoor je meer inlevingsvermogen hebt. En je kunt nog eens op een paard van een leerling stappen als iets niet lukt.’ De motivatie om zelf op concours te gaan wordt wat minder, laat Fried doorschemeren. Lesgeven kun je langer volhouden. ‘Dat wordt door de ervaring alleen maar beter.’ Albert hoopt dat er snel weer meer grote concoursen komen. ‘Komen, rijden en weer weggaan…het hele sociale aspect verdwijnt en dat doet me pijn.’ Lesgeven blijft hij altijd doen. ‘Tot in de kist,’ lacht hij. Ook Filip weet nog van geen opgeven. ‘Ik ben ooit een keer met pensioen gegaan. Na drie maanden vond ik het welletjes. Ik geef altijd de eerste vijf à zes instaplessen, met de ouders erbij. Kan ik die meteen een beetje opvoeden.’ Qua ontwikkeling hamert hij op het belang van grondwerk. ‘Dat is in maneges in de Randstad dé manier om de achterstand in horsemanship in te lopen.’

 

MEER WETEN?

Hebben deze ervaren instructeurs je geïnspireerd of wil je gewoon graag meer weten over instructeur worden? Hier vind je alle informatie over de opleidingen.

 

Beeld Evalien Weterings

 

Dit artikel verscheen eerder in Paard&Sport najaar 2020. Paard&Sport is het officiële ledenmagazine van de KNHS voor alle leden vanaf 13 jaar en vast onderdeel van het KNHS-lidmaatschap. Meer informatie vind je hier.

 

©KNHS 2020, overname is niet toegestaan

 

Ander Nieuws

  • Deelnemers internationale wedstrijden 17 t/m 23 mei 2021
    Deelnemers internationale wedstrijden 17 t/m 23 mei 2021
  • Rumour Has It van Merel Blom overleden
    Rumour Has It van Merel Blom overleden
  • Toewijzing Nederlandse kampioenschappen paardensport 2022-2024
    Toewijzing Nederlandse kampioenschappen paardensport 2022-2024