­ KNHS instructie: Aanleuning - KNHS

KNHS instructie: Aanleuning

Geplaatst op 23 maart 2020 in Dressuur & Para

Elke week lees je meer over beter leren paardrijden op onze website. Deze keer een artikel dat je eerder kon lezen in ons magazine Paard&Sport over aanleuning. Misschien kom je in deze periode niet of minder aan rijden toe ivm het coronavirus, maar ook zonder paard kun je werken aan beter leren paardrijden.

De tweede fase van de KNHS Ruiteropleiding gaat over de correcte inwerking van de ruiter, om zo een paard op L-niveau kunnen trainen. Takt, ontspanning en aanleuning staan in deze zilveren fase centraal. Rien van der Schaft geeft op het KNHS-centrum in Ermelo zijn visie op dit eerste deel van de training van ruiter en paard. ‘Het is belangrijk om eerst stabiliteit en controle over het gaan van je paard te krijgen.’

Drie jonge amazones met jonge op B/L-niveau hebben zich aangemeld voor de trainingen van de voormalig bondscoach. Voordat Van der Schaft begint met zijn trainingen, legt hij eerst uit wat hij met deze jonge paarden belangrijk vindt: ‘Op dit africhtingsniveau werken we toe naar een paard dat ontspannen voorwaarts gaat en de hand aanneemt. Bij een jong paard draait het erom dat het achterbeen door naar voren komt. Dat mondt vervolgens uit in aanleuning. Als dat op lange lijnen voor elkaar is, probeer je diezelfde stabiliteit te handhaven in overgangen en zijgangen. Belangrijk is dat je die overgangen en wendingen gebruikt om het paard te verbeteren. Wordt het paard minder? Kies er dan voor om een overgang te rijden die kwalitatief goed is. In plaats van een abrupte overgang kun je beter de tijd nemen door de overgang over een langer stuk uit te smeren en daarin de aanleuning goed te houden. Maak in dit stadium ook geen kleine wendingen, maar kies voor lange lijnen. Zo pas je de wendingen aan aan het evenwicht van het paard en verbeter je het paard door training.’

Overgangen
Hoe rijd je dan een correcte overgang? ‘Het allerbelangrijkste is dat het paard goed in de bovenlijn blijft, ook in die overgang. De bovenlijn moet in de hele overgang ontspannen zijn. Het paard mag zijn rug niet wegdrukken. Dat gevoel moet je in de hele overgang bewaren. Als dat niet het geval is, kan het achterbeen niet meer doorkomen en verliest de overgang zijn gymnastiserende waarde. Die voorwaartse beweging van het achterbeen mag onder geen beding worden belemmerd. Veel ruiters maken zich druk om de hoofd-halshouding. Een paard dat op de juiste manier van achteren naar voren wordt gereden, blijft als vanzelf goed in die aanleuning.’

Neus naar voren
Een imponerende Desperado-zoon komt de baan binnen. De grote zwarte wordt gereden door Kiki Vissers, stalamazone van Robbie en Chantal van Dijk. Hoewel de vierjarige een stoer beeld laat zien, wil Rien dat de neus van Jolas verder naar voren gaat. ‘Hij mag zijn hals naar voren en naar beneden strekken, niet terug en naar beneden. Hij komt nu soms wat los van de hand en knikt dan te veel weg in de derde halswervel. Aanleuning komt vanuit achteren; je krijgt pas aanleuning als je impuls door het lichaam laat stromen en in je hand ontvangt. Het is heel primitief om de hals te willen buigen. Daar wordt de bovenlijn niet beter van.’

Kik wordt gevraagd om minder in te werken met haar hand, zodat haar paard niet los van de hand komt. Jolas gaat in eerste instantie wat over het tempo, maar neemt wel beter de hand aan. ‘Doe dit een maand en je herkent de bovenlijn van dit paard niet meer terug,’ adviseert Rien.

Doorzitten
Zodra het geheel wat stabieler wordt, komt Rien met de suggestie om door te zitten. ‘Er mag niets veranderen als jij gaat zitten. Anders kun je beter weer lichtrijden en herstellen wat verloren is gegaan. Met een jong paard kun je dan beter lichtrijden en doorzitten met elkaar afwisselen.’

Veelzijdige achtergrond
Danielle Somer is de volgende amazone die door de Grand Prix-trainer wordt geholpen. Somer komt uit in de B-dressuur, al denkt zij al aan haar L1-debuut. Met haar vijfjarige Indiana Jones (v. Amazing Star) doet zij ook aan eventing. Het is maart en de Amaliahal heeft nog de aankleding van de KNHS Indoorkampioenschappen. De vos schrikt een keer en is soms wat jolig in de, voor een jong paard, wat imponerende hal. Rien ziet in de reactie van Danielle onmiddellijk haar veelzijdige achtergrond terug. ‘Dressuurruiters hebben de neiging om terug te controleren. Springruiters en eventers laten het gaan en krijgen zo controle. Een storing is niet erg. Rijd dan juist naar voren met je been en negeer het kijken.’

Wijken
Het einddoel van de ruiteropleiding op dit niveau is dat het paard gaat zoals een L-paard hoort te gaan. Bij dat niveau hoort ook wijken. Danielle wordt uitgenodigd om korte stukjes te wijken, slechts vier tot vijf meter. ‘Wijken doen we in eerste instantie om het paard opzij te leren gaan voor het binnenbeen. Door die reactie op eenzijdige kuitdruk krijgt de ruiter invloed op het binnenachterbeen. Probeer je paard zo min mogelijk te storen in de manier van gaan. In dit beginstadium begin je met een paar meter en geleidelijk aan ga je steeds scherper opzij. Je moet als ruiter voor ogen houden dat je oefeningen rijdt om je paard te verbeteren. Als het grote geheel niet verbetert, bijvoorbeeld omdat je paard over de buitenschouder wegvalt of zich strak maakt in de bovenlijn, heeft de oefening geen positief effect. Het gaan van het paard prevaleert boven de oefeningen. Dat kan ook zomaar betekenen dat je die oefening linksom vaker herhaalt dan rechtsom.’

Niet blijven drijven
Van der Schaft hamert er bij elke ruiter op dat die met zijn been naar de hand toe rijdt en let er tegelijkertijd op dat ze niet blijven drijven. ‘Probeer je been lang te maken en te voorkomen dat je je hak en je knie naar boven brengt. Zodra je de juiste reactie op je been hebt, laat je je been weer afhangen. Een paard moet zo van het been af zijn dat hij uit zichzelf blijft lopen en op een kuitdruk naar voren gaat.’ Om diezelfde reden sleutelt Van der Schaft bij twee amazones aan de hoogte van de spoor. Die wijst te veel omhoog en dat geeft het risico dat de spoor eerder het paard raakt dan het been van de ruiter. ‘Geef eerst een kuithulp en als je daar geen reactie op krijgt, kom je met de spoor of tik je bij met het zweepje. Daarom moet de spoor horizontaal zitten. Zo geef je het paard de kans om op je kuit te reageren zonder dat jij onbedoeld met de spoor prikt.’

Stap
Een knappe zwarte ruin komt de baan binnen. Marissa Kooiman wil L1-dressuur starten met deze Jaydon (v. Johnson). Zoals we van Van der Schaft gewend zijn, begint hij met het bevestigen van de eerste basisprincipes: het paardenlichaam moet naar het hoofd toe worden gereden. Rien stopt wat extra tijd in de stap. ‘Dat is bij veel paarden een moeilijke gang. De energie is snel te veel terug of een paard ijlt wat onder je vandaan. Dat komt omdat paarden het aannemen van de juiste aanleuning in de stap het moeilijkste vinden.’

Verkeerd aanspringen
Na het losrijden blijkt dat Jaydon rechtsom problemen heeft om in galop aan te springen. Van der Schaft heeft onmiddellijk een oplossing paraat. ‘Druk voor de overgang het binnenachterbeen wat meer onder de massa. Dat doe je door hem wat opzij te zetten voor je binnenbeen. Eventueel kun je het hoofd iets naar buiten houden. Zo krijg je het gewicht iets meer op het binnenachterbeen en komt dat binnenachterbeen onder de massa. In de verkeerde galop aanspringen, gebeurt omdat de balans van het paard niet goed is. Zodra je het gewicht naar het binnenachterbeen kunt verplaatsen en daarmee automatisch de schouder wat naar buiten plaatst, galoppeert het paard altijd in de juiste galop aan.’

Gesloten aangalopperen
In deze fase van de africhting is het belangrijk dat het aangalopperen zo gesloten mogelijk gaat, het liefst met zo min mogelijk inwerking van de ruiter. Van der Schaft adviseert daarom om op de volte aan te springen, voor de eerste wending van de korte zijde. ‘Zo heeft het paard het eerste driekwart van de volte grotendeels aanleuning aan de wand en minder ruimte voor zich om snelheid te maken. Zo vergroot je de balans zonder dat je als ruiter veel hoeft in te werken met je hand. Bij het aangalopperen aan het begin van de lange zijde heeft het paard zo veertig of zestig meter om van het achterbeen af te lopen. Je kunt het jezelf veel makkelijker maken,’ sluit Van der Schaft af.

Wie is Rien van der Schaft?
Rien van der Schaft (63) was van begin 2017 tot begin 2019 bondscoach van de dressuurruiters. Van der Schaft runt samen met zijn vrouw Inge en dochter Romy een dressuurstal in het Gelderse Wenum-Wiesel. Van 1979 tot en met 1983 was Rien lid van het Nederlandse dressuurteam. Leren paardrijden begon voor Rien toen hij als Rotterdamse jongen met een manegepaard naar de instructeursopleiding in Deurne vertrok. De voormalig bondscoach ziet zichzelf als een leerling van Piet Oothout en heeft inmiddels negen paarden op Grand Prix-niveau uitgebracht.

KNHS Ruiteropleiding
De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fases en leidt op van de eerste paardrijles tot het hoogste niveau. De nadruk ligt op het ontwikkelen van vaardigheden van ruiter, zodat je leert om paarden op een veilige, plezierige en paardvriendelijke manier te rijden en te trainen. De ruiteropleidingen gaan behalve over het opdoen van dressuurmatige vaardigheden over het verbeteren van de spring- of eventingtechnieken en het vergroten van je algemene paardenkennis. De eerste fase (brons) begint bij de eerste paardrijles en is gericht op kennismaking met de disciplines. In de bronzen fase gaat het om de ontwikkeling van basiskennis, een onafhankelijke zit en gedoseerd hulpen geven. In de zilveren fase wordt de inwerking van de ruiter belangrijker. In de training staan begrippen als takt, ontspanning en aanleuning centraal. In de eindfase kan een ruiter op een correcte manier een paard op L-niveau trainen. Hier vind je meer informatie over de KNHS-Ruiteropleiding.

Wat betekent dat?

Aan het been zijn: Een paard dat op eerste aanvraag reageert op de voorwaarts drukkende kuithulp van de ruiter.
Aanleuning: De veerkrachtige verbinding met de paardenmond die ontstaat uit het contact tussen ruiter en paard. Dat contact wordt bewerkstelligd door de juiste combinatie van zit-, been- en teugelhulpen.

Impuls: Voorwaartse drang die opgewekt is door de ruiter en ook onder controle van de ruiter staat. Een paard met impuls kan te allen tijde voorwaarts of terug.
Wijken: Een voorwaarts-zijwaartse oefening waarbij het paard voor eenzijdige kuitdruk opzij gaat en stelling in tegengestelde richting heeft.

Zijgangen: Gymnastiserende oefeningen waarbij het paard voorwaarts en zijwaarts beweegt met de juiste stelling en buiging.

'DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER IN PAARD&SPORT EDITIE 2, 2019. HET POPULAIRE MAGAZINE PAARD&SPORT VERSCHIJNT EXCLUSIEF VOOR KNHS-LEDEN. NOG GEEN LID? KIJK DAN HIER VOOR MEER INFORMATIE OVER HET KNHS LIDMAATSCHAP.' 

Foto: Arnd.nl 

 

Categorie: KNHS Instructie

Ander Nieuws

  • IOC: behaalde kwalificaties blijven geldig
    IOC: behaalde kwalificaties blijven geldig
  • Aanpassingen selectietraject WK jonge dressuurpaarden
    Aanpassingen selectietraject WK jonge dressuurpaarden
  • Diverse Nederlandse kampioenschappen paardensport afgelast door coronacrisis
    Diverse Nederlandse kampioenschappen paardensport afgelast door coronacrisis