­ KNHS Instructie: De juiste volgorde aanhouden - KNHS

KNHS Instructie: De juiste volgorde aanhouden

Geplaatst op 20 januari 2020 in Dressuur & Para

Elke week lees je meer over beter leren paardrijden op onze website. Deze keer een artikel dat je eerder kon lezen in ons magazine Paard&Sport over aanleuning. Een goede aanleuning verkrijgen hoort bij de basis van het paardrijden. Elke ruiter, ook de recreatieruiter, rijdt met meer plezier als er een prettig contact met de paardenmond is. ‘Leren paardrijden begint bij de A van aanleuning,’ meent voormalig bondscoach dressuur Rien van der Schaft.

‘De kunst van het dressuurrijden is om een losse, vloeiende beweging te creëren en daarmee naar een evenwicht toe te werken waarbij het gewicht van paard en ruiter gelijk is verdeeld over de vier paardenbenen,’ vertelt Van der Schaft op het KNHS-centrum in Ermelo, waar hij drie combinaties begeleidt. ‘De grootste fout die je als ruiter kunt maken is het paard in een houding forceren. We hebben allemaal het plaatje van het verder geschoolde paard in ons hoofd. Dat plaatje wordt vaak nagedaan, zonder dat de rest van het paardenlichaam overeenkomt met de hoofd-halshouding.’ Deze uitspraak blijkt leidend in de manier waarop Van der Schaft zijn trainingen geeft. De trainer is er streng op dat de ruiters hun paarden correct rijden en daarbij de juiste volgorde aanhouden. Het ABC van het paardrijden, zoals Rien het noemt in de vele metaforen die hij tijdens het lesgeven gebruikt.

Beweging volgen
De 21-jarige Carmen Ledder is de eerste amazone die de Rien helpt op het KNHS-centrum. De winnaar van de KNHS/FNRS Springcompetitie rijdt met een manegepony die normaliter F-proeven loopt. ‘Een ruiter die wil leren paardrijden, moet leren voelen wat er onder het zadel gebeurt. Een verstijfde ruiter voelt niet wat er gebeurt, kan daardoor geen gedoseerde hulpen geven en zo kan het paard niet ontspannen. Het is belangrijk om de tijd te nemen om ontspannen de beweging van het paard te leren volgen.’ Rien laat Carmen daarom op de grote volte stappen en moedigt de amazone aan om met haar hand de beweging van het paard te volgen. Daarbij moet ze goed opletten dat de pony op haar been blijft reageren. ‘Aan het been zijn is de eerste voorwaarde om tot die goede aanleuning te komen. Dat is met een manegepaard niet altijd simpel. Zodra Carmen de pony heeft geactiveerd, moet ze haar been ontspannen laten hangen.’

Natuurlijke voorkeurshouding
Rien let erop dat Carmen naar voren rijdt op het moment dat de pony tegen de hand komt. ‘Een jong paard, of in dit geval een minder ver geschoolde pony, moet eerst leren om in zijn eigen natuurlijke balans de hand van de ruiter aan te nemen, zodat de ruiter op twee teugels contact krijgt. Hij mag dat doen in zijn eigen voorkeurshouding, zonder dat de ruiter probeert de houding van het paard te veranderen. Die zachte verbinding, waarbij het paard leert om de ruiterhand te vertrouwen, is een belangrijke eerste stap in de africhting.’

Voorwaarts rijden
‘Een andere voorwaarde om tot de goede aanleuning te komen, is dat in het paardenlichaam geen spanning aanwezig is. Het paard moet worden uitgenodigd om de hals naar voren en naar beneden te laten vallen,’ legt Rien uit. ‘Wat Carmen goed doet, is het voorwaarts rijden en daarbij haar pony uitnodigen om zacht te worden in de kaak. Een beetje stelling vragen op de volte helpt daarbij. Een paard dat de neiging heeft om zich op te drukken kan veel voltewerk gebruiken. De buiging van de volte nodigt uit om de hals te laten vallen.’ Door het voorwaarts rijden en Carmens stille hand zoekt de pony steeds meer contact met de ruiterhand. De verbinding met de mond wordt stabieler. Een logisch gevolg volgens Rien, die meent dat het voor een paard ook prettig is om in die natuurlijke houding de ruiterhand aan te nemen. ‘Vergelijk het met een kind dat leert lopen en wordt ondersteund door zijn ouders die de capuchon vastpakken. Die begeleiding werkt met een contactteugel net zo. Voor een paard is een stabiel, zacht contact met de ruiterhand ook prettig.’

Vertrouwen in de ruiterhand
Jaimie van Dijk is de volgende combinatie die zich bij Rien meldt in de baan. Ze rijdt met een manegepony M2-dressuur bij de paarden. Deze Rolls Royce is in het begin wat wakker en Jaimie lost dat op door kort en snel met haar hand in te werken. ‘Je moet je pony áán je hand rijden,’ corrigeert Rien onmiddellijk. ‘De neus moet verder naar voren. Het is zaak dat de pony vertrouwen krijgt in jouw hand en de ruiterhand meer aanneemt. Elke keer als jouw pony tegen de hand komt, corrigeer jij zo snel dat hij meteen wat loskomt van het bit. Ik begrijp dat je zo reageert als hij wat fris is, maar op deze manier ontstaat geen verbinding in het lichaam. Het is niet alleen de hals die de krul moet maken. Ook achter het zadel moet het paard aanspannen. Een paard dat achter het bit komt, spant niet in de hele bovenlijn aan.’ Van der Schaft adviseert de amazone om lange rechte lijnen te rijden en zo naar een gelijkmatig contact toe te werken. ‘Als je met je been naar een stille hand toe rijdt, ontstaat een stabiele verbinding.’

Sterk in je schoenen staan
‘Vanuit die contactteugel werk je toe naar een meer geschoolde houding. Je kunt pas het ruggebruik van het paard beïnvloeden als het paard de hand vertrouwt. Soms duurt dat twee dagen, soms twee maanden. Bij jonge paarden duurt het meestal niet zo lang. Bij oudere paarden moet je sterk in je schoenen staan. Het is dan een kwestie van net zo lang naar de hand toe rijden tot het paard de bovenlijn ontspant en de hand aanneemt. Een paard kan nooit in de goede aanleuning lopen als hij zijn lichaam niet geeft. Die losgelatenheid van de bovenlijn is erg belangrijk.’

Een minder fraaie aanleuning
Tussen de bedrijven door vragen we aan Rien wat de kenmerken zijn van een aanleuning die minder goed op orde is. ‘Op routine kun je een eind komen in de dressuursport. In veel gevallen wordt een strak paard met spectaculaire bewegingen geprevaleerd boven een paard dat losgelaten, smeuïg en actief zijn werk doet. Veel paarden worden van voren wat te veel terug gereden. Als je de hals korter maakt, wordt het ruggebruik minder. Door de afnemende souplesse treedt het achterbeen niet meer door. Dan krijg je wel veel voorbeen, maar ook staccato-achtige beweging. Een minder fraaie aanleuning herken je aan de strakke teugelvoering. Het paard toont vaak een wat onrustige mond en heeft een ontevreden uitdrukking. Het achterbeen vertraagt en het voorbeen wordt stekerig. Vaak spreekt de gezichtsuitdrukking van de ruiter ook boekdelen. De inwerking oogt gespannen en de ruiter kan niet lekker zitten.’

Valse knik
‘Pas als je die contactteugel voor elkaar hebt, kun je met je hand begrenzen. Je kunt alleen dat begrenzen wat je er aan impuls in drijft. Doe je dat eerder, dan krijg je een paard dat tegen de hand komt omdat hij die inwerking vervelend vindt. Je hoort dan instructeurs wel eens zeggen dat het paard ronder moet worden gemaakt. Helemaal als de slofteugel om de hoek komt kijken, ontstaat een geforceerde halshouding. Een geroutineerde ruiter kan dat handig verbloemen, maar ook die moet nog het goede systeem handhaven. Een minder goede ruiter of een moeilijker paard laat zich sneller verleiden tot een geforceerde houding.’ Rien waarschuwt voor paarden die wegknikken in de derde halswervel en een valse knik maken. ‘De ronde boog die de hele bovenlijn moet zijn, is dan ergens onderbroken, namelijk bij de derde halswervel. Om te kunnen dragen moet de hele wervelkolom aangespannen zijn. Een paard dat in een valse knik loopt kan niet op het achterbeen lopen. De verbinding in het hele paard is verbroken. Het paard kan daardoor niet ontwikkelen in de lendenpartij.’

Aanspanning
Febe van Zwambagt komt de baan binnen gestapt. Febe rijdt internationaal young riders met FS Las Vegas en behaalde tijdens de afgelopen KNHS Indoorkampioenschappen een gouden medaille in het ZZ-Licht en een zilveren medaille in het ZZ-Zwaar. De vos is al een stuk verder afgericht dan de twee voorgaande pony’s en dat komt ook tot uiting in de aanleuning. Febe heeft meer controle over de houding van haar paard en bij FS Las Vegas is het evenwicht al meer op de achterhand. Nadat Van der Schaft de combinatie even heeft geobserveerd, merkt hij op dat Las Vegas onvoldoende aanspant in de volledige bovenlijn. ‘Als je dat wilt verbeteren, moet de hals van het paard meer lengte vertonen en meer voor je uit komen. De schoft moet naar boven en de achterhand moet meer ondertreden. Houd daarbij met je zit en been het achterbeen actief. Je kunt een ophouding maken om je paard meer op het achterbeen te houden, maar daarna moet je weer ontspannen en naar een zacht contact toewerken. In de auto blijf je de handrem ook niet aantrekken als je wilt remmen. Op een paard geldt dat net zo.’
Net als bij de voorgaande combinaties gaat Rien met Febe vol enthousiasme aan het werk. Zijn speerpunten blijken op alle niveaus dezelfde te zijn en leiden bij alle amazones tot verbetering. Niet alleen het leren paardrijden, maar ook het africhten van een dressuurpaard draait volgens de trainer om het aanhouden van de juiste volgorde. ‘Zodra het paard de hand aanneemt en de ruiter een continue druk op de contactteugel heeft, kun je proberen het totale frame wat korter te maken. Dat doe je door het achterbeen te activeren en vervolgens de voorkant wat te begrenzen. Belangrijk is dat het hele lijf korter wordt gemaakt en niet alleen de hals wordt verkort. De achterhand kan zo gewicht overnemen van de voorhand.’

Wie is Rien van der Schaft?
Rien van der Schaft (63) was van begin 2017 tot begin 2019 bondscoach van de dressuurruiters. Van der Schaft runt samen met zijn vrouw Inge en dochter Romy een dressuurstal in het Gelderse Wenum-Wiesel. Van 1979 tot en met 1983 was Rien lid van het Nederlandse dressuurteam. Leren paardrijden begon voor Rien toen hij als Rotterdamse jongen met een manegepaard naar de instructeursopleiding in Deurne vertrok. De voormalig bondscoach ziet zichzelf als een leerling van Piet Oothout en heeft inmiddels negen paarden op Grand Prix-niveau uitgebracht.

Begrippen
Aanleuning: De veerkrachtige verbinding met de paardenmond die ontstaat uit het contact tussen ruiter en paard. Dat contact wordt bewerkstelligd door de juiste combinatie van zit-, been- en teugelhulpen.

Aan het been zijn: Een paard dat onmiddellijk reageert op de beenhulpen van de ruiter.
Impuls: De natuurlijke drang naar voren die wordt opgewekt door de ruiter en ook door de ruiter wordt gecontroleerd.

Tegen de hand komen: Het paard verzet zich tegen de ruiterhand door omhoog te komen met zijn hoofd.

'DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER IN PAARD&SPORT. HET POPULAIRE MAGAZINE PAARD&SPORT VERSCHIJNT EXCLUSIEF VOOR KNHS-LEDEN. NOG GEEN LID? KIJK DAN HIER VOOR MEER INFORMATIE OVER HET KNHS LIDMAATSCHAP.' 

 

Foto: www.arnd.nl

Categorie: KNHS Instructie

Ander Nieuws

  • KNHS-Witte van Moort Para-Dressuur Trophy weer van start
    KNHS-Witte van Moort Para-Dressuur Trophy weer van start
  • Deelnemers internationale wedstrijden 14 t/m 20 juni 2021
    Deelnemers internationale wedstrijden 14 t/m 20 juni 2021
  • Harry's Horse Zitcompetitie 2021: locaties bekend
    Harry's Horse Zitcompetitie 2021: locaties bekend