­ KNHS Instructie: Meer draagkracht - KNHS

KNHS Instructie: Meer draagkracht

Geplaatst op 11 mei 2020 in Dressuur & Para

Hoewel je nu misschien tijdelijk niet kunt paardrijden of trainen zoals je gewend bent vanwege de corona maatregelen, je kunt er natuurlijk wel iets over leren en dat later in praktijk brengen. Eerder verscheen in ons ledenmagazine Paard&Sport een reeks instructie-artikelen met Rien van der Schaft. Vandaag lees je meer over draagkracht. De magie van de dressuursport ontstaat als het paard zonder zichtbare ruiterhulpen boven de aarde lijkt te zweven. Rien van der Schaft legt uit hoe je naar meer draagkracht toewerkt, zodat uiteindelijk de meest verzamelde oefeningen schijnbaar moeiteloos worden uitgevoerd.

De Grand Prix-trainer wordt op het Nationaal Hippisch Centrum in Ermelo geholpen door drie combinaties die laten zien welke stappen nodig zijn om het achterbeen tot meer draagkracht te brengen. ‘Dressuur is er voor het paard, niet andersom,’ begint Rien gedreven als we vragen of elk paard kan leren verzamelen. ‘We zijn zo geprogrammeerd om oefeningen te rijden en de klassen te doorlopen dat we soms vergeten dat alle oefeningen dienen om het paard te gymnastiseren. Het ene paard heeft wel meer talent voor verzameling dan het andere en is ook bereidwilliger om die draagkracht te ontwikkelen. Piaffe, passage en pirouettes zijn gymnastiserende oefeningen die helpen de draagkracht te verbeteren. De kwaliteit van de oefeningen hangt uiteindelijk af van de kwaliteit van de africhting en het talent van het paard. Een correct rijdende ruiter kan die verzamelende oefeningen aanleren, al denk ik niet dat een Grand Prix-proef voor elk paard haalbaar is.’

Kan je deze content niet goed zien? Dan heb je waarschijnlijk voor een aantal cookies geen toestemming gegeven. Accepteer de marketing cookies om de content wel te zien. 

Lees meer over cookies

 

Wijkend losrijden
Zoals we Rien kennen, begint hij met elke combinatie met het correct losrijden. Zo ook bij de Zuid-Hollandse Tessa de Roon, die met haar Houston-zoon Giel op het punt staat om ZZ-Zwaar te starten. Losrijden gaat zoals altijd gepaard met het behoud van die fijne aanleuning, waarbij het paard naar de hand toe wordt gereden. De hals wordt in voorwaarts-neerwaartse richting gereden en de neus mag niet achter de loodlijn komen. ‘Overgangen, tempowisselingen en zijgangen dragen bij aan de ontwikkeling van draagkracht. Zeker in combinatie met elkaar zijn het daarvoor de beste oefeningen. Met overgangen en zijgangen rijden beïnvloed je de functie van het achterbeen. Zo zet je stuwkracht langzaam om in de draagkracht. Om een paard losser te krijgen in de bovenlijn is wijken voor de kuit een goede oefening. Veel ruiters maken zich druk om de voorkant, maar losrijden gaat over het hele lichaam.’

Bouwstenen
Voor meer draagkracht moeten alle bouwstenen van het Skala der Ausbildung op orde zijn. Dat demonstreert Rien door Tessa na het losrijden een aantal zijgangen door te laten rijden, waarin aandacht wordt besteed aan takt, ontspanning, aanleuning en rechtgerichtheid. ‘Ik rijd in draf graag tempowisselingen in schoudervoorpositie om zo één achterbeen meer centraal te krijgen,’ legt de trainer uit.

Blessuregevaar
Sommige ruiters zijn wat huiverig voor het veelvuldig doorrijden van zijgangen vanwege blessuregevaar. Hoe kijkt Rien daar tegenaan? ‘Het hangt er volledig vanaf hoe je die zijgang rijdt. Een paard dat geforceerd wordt gereden, heeft een andere beenzetting dan van nature. Dat maakt de kans op blessures groter. Bij een evenredige buiging in het hele paardenlichaam is het paard gebogen om het binnenbeen van de ruiter. Dan is die kans veel kleiner. Dat betekent niet dat je elke training de zijgang moet rijden zoals die in de proef wordt gevraagd. Veel ruiters hebben de neiging om zijgangen altijd tot een bepaald punt te rijden. Het gaat er juist om dat je die zijgang gebruikt om het paard te verbeteren totdat je je doel hebt bereikt. Dat kan betekenen dat je na drie meter appuyeren de andere kant op wijkt als het paard door de binnenkant heen dreigt te vallen.’

Evenwicht bepalen
Na de zijgangen in draf vervolgen Tessa en haar werkwillige Giel met galopwerk. De arbeidspirouettes zijn aan de beurt. Ook hier zien we dat de punten uit het africhtingsskala op orde moeten zijn om verder te kunnen gaan. ‘Werk op de volte langzaam toe naar meer verzameling. Je kunt dat doen door meer richting travers te denken. De achterhand hoeft geen meter naar binnen. Je moet het gevoel hebben dat je controle krijg over de heupen. De galop sluiten en de cirkel verkleinen zijn voor mij twee aparte dingen. Met behoud van die actieve, verzamelde galop sluit je langzaam de volte. Zodra het paard naar binnen valt, galoppeer je eerst wat naar voren. Doe dat vooral heel rustig, zodat je hem niet uit elkaar jaagt en de balans behoudt. Draaien is geen doel op zich. De clou is het evenwicht te kunnen bepalen.’ Tessa’s sympathieke ruin gaat steeds wat handiger door de arbeidspirouettes en zijn amazone krijgt meer controle over de balans van haar paard.

Korter achter het zadel
Tijd voor de volgende combinatie. Maaike Hofman wil bij Don Diablo (v. Wynton) graag de aanleuning verbeteren bij het werken aan de verzameling. Zoals bij elk paard werkt Rien eraan dat de hals op lengte komt, zodat hij met de neus voor de loodlijn komt. ‘Let erop dat je het paard achter het zadel korter maakt en zijn lichaam naar zijn neus toe rijdt. Alleen dan kan de achterhand dalen en de voorhand omhoog komen.’ Na het verbeteren van de zijgangen in draf, waarin Maaike steeds meer het binnenachterbeen centraal moet stellen, is het tijd voor galopwerk. Vanuit travers op de volte ontstaan grote arbeidspirouettes, waarbij Maaike de schouders van Don Diablo naar buiten moet houden en haar paard naar voren moet houden. De impuls ontbreekt in dit stadium nog te veel. Verder verzamelen en draaien heeft daarom niet zo veel zin, volgens de trainer.

Gehoorzaamheid trainen
‘Die arbeidspirouette maak je gaandeweg kleiner, zonder dat je het gevoel krijgt dat het paard naar binnen valt. Bij een paard dat echt voorwaarts denkt, dus voldoende impuls heeft, gebeurt het niet gauw dat je te snel omdraait. Je kunt dat trainen door vanuit de arbeidspirouette naar buiten te wijken. Dat vraagt alleen wel veel kracht. Pirouettes zoals in de proef worden gevraagd, rijd ik in de training maar zelden. Ervaren combinaties vraag ik wel om die pirouette klein te beginnen, vervolgens te vergroten en dan weer te verkleinen. Zo train je gehoorzaamheid en voorkom je dat een paard als een draaideur omvalt. Dat zie je in de proeven geregeld gebeuren. Gehoorzaamheid in een pirouette kan elk paard leren. Dat is net als een zigzagappuyement gewoon trainbaar,’ licht de Grand Prix-trainer toe. Interessant is om te zien dat de zwarte ruin inderdaad beter gaat galopperen door het doelgericht werken aan de pirouettes.

Piaffe
In piaffe wordt de meeste verzameling gevraagd. De oefening geldt als een van de toonaangevende onderdelen van de Grand Prix. Sanne Hazen en haar Tuschinski-nazaat Alonso staan op het punt te debuteren in deze zwaarste klasse. Samen met Rien wil ze aan de slag met de verzamelde onderdelen. Wanneer is het volgens Rien tijd om aan piaffe te denken? ‘Ik hanteer geen leeftijdsgrens of wedstrijdniveau om de halbe Tritte op te pakken. Ik ben het er ook niet mee eens als ruiters pas beginnen met piafferen als zij al lang en breed Lichte Tour rijden. Zodra een paard in balans is en een fijne aanleuning heeft, denk ik al aan wat piaffeachtige passen. Zoals alle oefeningen werkt de piaffe gymnastiserend. Het is belangrijk dat je je dat blijft realiseren. Het is geen opzichzelfstaand trucje.’

Klassiek silhouet
In de piaffe neemt het paard als het goed is een zogenaamd klassiek silhouet aan. De croupe daalt, de voorhand rijst en de hoeken in de gewrichten van de achterbenen worden kleiner. ‘Het paard wordt compacter en er ontstaat echte controle over het evenwicht. Voor mij is het spelen met die controle de kick van het rijden. Als een paard dat doet, ontstaat als het ware stuur- en rembekrachtiging.

Ik begin altijd in schoudervoorpositie in stap, zodat het binnenachterbeen onder de massa kan komen. Als ik met mijn linkerbeen kom, wil ik reactie in het linkerachterbeen. Zodra het binnenachterbeen onder de massa komt, leg ik mijn stokje tegen het paard aan, want ik wil niet dat mijn paard te veel went aan mijn been. Bij de juiste reactie probeer ik een drafritme te vinden en dan draaf ik vervolgens weer weg. Ik werk altijd vanuit de stap naar de halbe Tritte toe. Piaffeachtige passen zijn de sleuteloefening om het bekken te leren kantelen. Van daaruit werk je toe naar piaffe.’ Ditzelfde stappenplan doorloopt Rien met Hazen en haar Alonso, waarin de trainer erop hamert dat Sanne niet te veel mag knijpen met haar been, maar de juiste reactie in het achterbeen krijgt.

Hoe staat Rien tegenover het gebruik van een zweep om de verzameling te bekrachtigen? ‘Je moet het stokje niet zo gebruiken dat je paard niet meer loopt als je hem eens weglegt. Mijn ervaring is dat paarden op een beenhulp naar voren gaan en op het stokje op de juiste manier in het achterbeen reageren. Natuurlijk ben ik het met iedereen eens die vindt dat het in de proef ook zonder moet kunnen. Opvoedkundig kan het wel heel goed zijn om eens een proef met zweep te rijden.’

Vergelijkbare kwaliteit
‘Piaffe en passage moeten als één onderdeel worden gezien,’ legt Rien uit als Sanne speelt met de overgangen tussen piaffe en passage. ‘Zo zorg je dat piaffe en passage altijd van vergelijkbare kwaliteit zijn. Naar mijn idee rijden te veel ruiters vanuit de draf terug de passage in en zo ontstaat een zweefdraf waarin het achterbeen onvoldoende meedoet. Ik zie liever dat vanuit de piaffe naar voren de passage in wordt gereden. Dat is een proces waarbij je vanuit die halbe Tritte naar voren toe aan het achterbeen kunt zitten. Als je dat consequent toepast, zijn de overgangen van piaffe naar passage niet zo moeilijk meer.’

Wie is Rien van der Schaft?
Rien van der Schaft (63) was van begin 2017 tot begin 2019 bondscoach van de dressuurruiters. Van der Schaft runt samen met zijn vrouw Inge en dochter Romy een dressuurstal in het Gelderse Wenum-Wiesel. Van 1979 tot en met 1983 was Rien lid van het Nederlandse dressuurteam. Leren paardrijden begon voor Rien toen hij als Rotterdamse jongen met een manegepaard naar de instructeursopleiding in Deurne vertrok. De voormalig bondscoach ziet zichzelf als een leerling van Piet Oothout en heeft inmiddels negen paarden op Grand Prix-niveau uitgebracht.

Wat betekent dat?
Halbe Tritte: Een voorbereidende oefening op de piaffe, waarbij vanuit de stap het achterbeen van het paard wordt gestimuleerd tot piaffeachtige passen.

Skala der Ausbildung: In Duitsland ontwikkelde systematiek om een dressuurpaard op te leiden en te beoordelen.

Verzameling: Het proces waarbij het paard steeds meer gewicht op het achterbeen opneemt. Het paard beweegt daarbij bergopwaarts met de nek als hoogste punt en de neus voor de loodlijn.

Zijgangen: Zijgangen zijn voorwaarts-zijwaartse oefeningen waarbij het paard met de juiste stelling en buiging met de voor- en achterbenen in twee hoefslagen loopt.

'DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER IN PAARD&SPORT. HET POPULAIRE MAGAZINE PAARD&SPORT VERSCHIJNT EXCLUSIEF VOOR KNHS-LEDEN. NOG GEEN LID? KIJK DAN HIER VOOR MEER INFORMATIE OVER HET KNHS LIDMAATSCHAP.' 

Foto: www.arnd.nl

 

Ander Nieuws

  • Dressuurtop TeamNL traint in Ermelo *Met Video*
    Dressuurtop TeamNL traint in Ermelo *Met Video*
  • Leren paardrijden: aanleuning en nageeflijkheid
    Leren paardrijden: aanleuning en nageeflijkheid
  • Rixt van der Horst: "Jaar langer trainen, betekent ook een jaar extra kosten"
    Rixt van der Horst: "Jaar langer trainen, betekent ook een jaar extra kosten"