Fase 1: Brons

De KNHS Ruiteropleiding bestaat uit drie fasen: brons, zilver en goud. Bij het eerste onderdeel, brons, krijg je rijlessen in dressuur, springen, voltige én western. Superleuk, want dan weet je meteen wat jij zelf het leukste vindt en wat het beste bij je past. Er hoort ook een boek bij met daarin alle informatie die je moet weten over de verzorging van paarden en hoe je met ze om moet gaan.

Kan je deze content niet goed zien? Dan heb je waarschijnlijk voor een aantal cookies geen toestemming gegeven. Accepteer de marketing cookies om de content wel te zien. 

Lees meer over cookies

Wat leer je tijdens de bronzen opleiding?

De eerste fase van de ruiteropleiding (brons) begint bij je eerste paardrijles en eindigt op F12-niveau voor dressuur, S80 voor het springen, V012 voor voltige en W12 voor western. In het bijbehorende boek 'Leer paardrijden met plezier' staat alles wat je moet weten over de verzorging en omgang met paarden en de basisbeginselen van paardrijden. Heb je de bronzen fase afgerond, dan heb je dus basiskennis van paarden, ben je goed op weg naar het ontwikkelen van een onafhankelijke zit en kun je gedoseerd effectieve hulpen geven. 

Haal diploma's en een bronzen ster

Tijdens de opleiding Brons kun je diploma's, sterren en uiteindelijk de bronzen speld halen door proeven te rijden en voldoende te halen voor de theorietoetsen. Bij het boek 'Leer paardrijden met plezier' zit een proevenboekje met daarin alle proeven. Ze zijn ook online beschikbaar:

Fase 2: Zilver

Wil je verder in je ontwikkeling als ruiter? Dan is de tweede, zilveren fase van de ruiteropleiding iets voor jou. In deze fase word je een combinatie samen met het paard. Lees meer over de zilveren fase. 

Categorie: Ruiteropleiding, brons

  • Veelgestelde vragen over de KNHS Ruiteropleiding

    • Wat is een ruiterpaspoort?

      Je behaalde resultaten worden bijgehouden in jouw persoonlijke bronzen ruiterpaspoort. Bij de beoordeling van de proeven wordt gekeken of jij onafhankelijk kunt zitten, of je de hulpen op een duidelijke maar sympathieke manier geeft en of je de oefeningen en lijnen in de rijbaan op een correcte manier rijdt.

       

    • Wat zijn vaardigheidsproeven?

      Bij vaardigheid leer je om over balkjes te stappen en te draven, tussen poortjes door te rijden, te slalommen en over een klein obstakeltje te springen. De nadruk ligt hier dus op balans, behendigheid en samenwerking met het paard. 

      Als je een paar keer de F-proeven hebt gereden, dan kun je meedoen aan de vaardigheidsproeven. Hierin komen, naast enkele manegefiguren die je al hebt geleerd bij de dressuurproeven, extra onderdelen voor zoals slalommen, balkjes draven, poortjes passeren en een klein obstakel springen. Bij de vaardigheidsproeven ligt de nadruk op de balans, behendigheid en de samenwerking met het paard. De vaardigheidsproeven bestaan uit drie verschillende niveaus; Vaardigheid 1, 2 en 3, oftewel Va1, Va2 en Va3.

    • Wat is western?

      Western is een rijstijl die draait om rust en eenvoud. De rijstijl is gebaseerd op hoe cowboys vroeger reden. Zij probeerden zichzelf én hun paard zo min mogelijk te vermoeien. Door de ontspannen rijstijl en het prettige contact met het paard spreekt deze discipline veel ruiters aan. 

      De bekendste vormen van western rijden zijn Western Horsemanship, Western Pleasure, Trail, Westernriding, Reining, Cutting en Working Cowhorse. 

      Om de beginselen van het western rijden te leren kan je niet alleen lessen volgen, maar ook patterns en theorie-toetsen afleggen. Scoor je 60 punten of meer in een zogenoemde W Pattern en heb je minder dan drie fouten in een W Theorie toets? Dan krijg je een promotiepunt en mag je na het behalen van voldoende promotiepunten in een hoger niveau deelnemen. In totaal zijn er 12 W Patterns die verschillen van Showmanship at Halter tot Trail en Pleasure. Je kunt je western ontwikkelingen uiteraard ook vastleggen in je KNHS Ruiterpaspoort.

      De lessen en opleidingen verschillen per discipline. Jouw manege kan je er alles over vertellen. Belangrijk is dat je beschikt over een ontspannen, rustig en meedenkend paard.

    • Wat is voltige?

      Bij voltige worden gymnastische oefeningen op de rug van een paard uitgevoerd. Het paard loopt aan een lange lijn (de longe) op een cirkel en heeft een speciale voltigesingel met handvaten om. De longe wordt vastgehouden door een longeur.

      Voltige kun je alleen doen, maar ook in een team. Ook als je niet met andere voltigeurs voltigeert, vorm je eigenlijk al een team. Je bent als voltigeur namelijk altijd afhankelijk van degene die het paard longeert, de longeur.  Een voltigeteam bestaat uit jongens en meisjes van verschillende leeftijden. Iedereen heeft weer andere oefeningen waar hij of zij goed in is en als teamgenoot moet je daar rekening mee houden. Misschien wel het meest belangrijk is dat je rekening houdt met het paard waar op je voltigeert. Alle oefeningen moeten zo worden uitgevoerd, dat het paard er geen last van heeft. Het paard is het belangrijkste lid van het team!

      Naast oefenen op het paard, wordt er ook veel gebruik gemaakt van een "oefenpaard". Dit is vaak een ton met handvatten hierop. Hierop oefen je de oefeningen eerst zonder paard. Als je goed oefent, kun je na een tijdje heel veel verschillende oefeningen doen op een stappend paard en zelfs op een galopperend paard. Je begint met basisoefeningen, zoals de basiszit en je leert hoe de molen, de bank, knielen en de vlag eruit zien. Uitleg over voltige kun je vinden in het KNHS handboek Leer paardrijden met plezier.

      De voltige (Vo) proeven zijn speciaal geschreven voor de manegeruiter die de voltige wil gaan beoefenen. Er is een onderscheid gemaakt in de plicht (individueel) en de kür (teamverband).

      Meer informatie over voltige

    • Wat is dressuur?

      Dressuurrijden is de basis van het paardrijden. Iedereen begint ermee. Je leert hoe je op een paard hoort te zitten en hoe je hem kunt aangeven wat je wilt. Heb je dit enigzins onder de knie, dan kun je jouw vorderingen gaan meten tijdens F-proeven.

      In de opleiding werk je ook aan je houding en zit. Wanneer je proeven gaat rijden, kun je beginnen met de F-proeven. Maar ook de Zitcompetitie is een gevolg van de ruiteropleiding dressuur. 

      Er zijn verschillende niveaus als het om dressuurrijden gaat. De F-proeven zijn opgebouwd van F1 t/m F12, waarin de moeilijkheidsgraad steeds hoger wordt. Bij de F-proeven wordt de ruiter beoordeeld, dus nog niet de combinatie van ruiter en paard. Als manegeruiter heb je immers niet de kans om je als combinatie te ontwikkelen met een bepaald paard.

    • Wat is springen?

      Wil je echte parcoursen leren springen? Begin dan eerst met het oefenspringen. Heb je dat onder de knie, dan kun je deelnemen aan de de S-proeven. Deze variëren van 30 tot en met 90 centimeter. Er wordt onder andere gekeken naar jouw houding en zit en de manier waarop je rijdt. De S-proeven bestaan uit verschillende niveaus en hoogtes. Er wordt begonnen bij de S30. Het getal 30 geeft hierbij de hoogte van de hindernis aan. De klassen lopen steeds met 10 centimeter op, totdat de S90 is bereikt. S90 is de hoogst haalbare klasse bij de S proeven. De klassen op een rijtje: S30, S40, S50, S60, S70, S80, S90. 

      Voordat je gaat springen is het van belang dat je in balans zit op je paard en het paard niet hindert in zijn bewegingen. Een goede houding is daarom niet alleen mooi, maar vooral functioneel. Wanneer een paard wordt gehinderd in zijn beweging is dit niet bevorderlijk voor het welzijn van het paard tijdens het springen, maar kan het ook voor gevaarlijke situaties zorgen. Het is daarnaast belangrijk dat het paard enige springaanleg heeft en dat hij het springen leuk vindt om te doen. In het boek Leer paardrijden met plezier lees je alles over springen!