Training van het niet zo perfecte dressuurpaard

Wijkt jouw dressuurpaard qua exterieur wat af van het gewenste model? En wil je aan de slag met de beste tips van KNHS-dressuurbondscoach Monique Peutz én KWPN-inspecteur Floor Dröge? We duiken in de archieven van Paard&Sport Magazine.

In dit artikel werd KNHS-lid Dewi Hoeks met haar paard uitgenodigd voor een les op het Nationaal Hippisch Centrum. 

Ten tijde van het maken van het artikel rijdt Dewi Hoeks M1 dressuur met de merrie Karisma. “Ik wil heel graag Z starten, maar soms vraag ik me af of dat niet te veel is voor haar lichaam. Karisma vindt het erg moeilijk om gedragen en gesloten te lopen, vanwege haar lange bovenlijn. Ook is ze wat overbouwd. Tijdens de proef krijgen we vaak het commentaar: ‘valt op de voorhand’, ‘meer gedragenheid’ of ‘paard valt soms uit elkaar’. De laatste tijd heeft Karisma moeite met de galop. De fysiotherapeut gaf aan dat het voor haar lastig is om het bekken te kantelen.” KWPN-inspecteur Floor Dröge bekijkt de merrie eerst zonder zadel. “Ze is achter inderdaad een klein beetje hoger dan dat ze voor is. Daarnaast is de lendenenpartij een beetje strak en mist ze daar wat bespiering.”

Losrijden  
Dewi mag haar paard opzadelen en start met de warming-up. “Het losrijden is misschien wel het belangrijkste stuk van je training. Natuurlijk moet je paard warm worden en daar de tijd voor krijgen. Maar denk niet: ik ga een beetje ronddraven, rondgalopperen en dan begin ik in één keer met paardrijden”, zegt bondscoach Monique Peutz. “Tijdens het losstappen moet je al proberen om je paard in verbinding naar je hand te krijgen. Controleer of ze voor je been een beetje naar voren wil. Neemt ze je hand al een beetje mee? Is de stap actief? Kun je al een beetje links en rechts buigen?” 
 
Meer verbinding 
Monique adviseert om Karisma een tikkeltje ronder in te stellen, zodat de merrie haar hals iets meer laat zakken. “Probeer wat actiever te stappen. Zij moet verbinding nemen. Aanleuning komt vanuit jouw drijvende kuit; dat je paard zo naar je hand toekomt en je een lichte verbinding voelt.” Floor haakt hierop in: “Nu doet ze een beetje los-vast. Kijk of je dat contact kunt gaan vullen. Ze hoeft niet sterk te worden op je teugel, maar je wilt wel steeds een soort elastieken verbinding tussen je hand en de mond. Dat je aldoor kijkt dat je de motor van achteren aan hebt en je energie en verbinding naar de hand toe krijgt. Dan kun je uiteindelijk het lichaam als een harmonica meer in en uit elkaar rijden.”  Dewi mag van Monique wat meer variëren in stap. “Rijd een keer een grote volte, ga een keer van hand veranderen of rijd een paar passen middenstap. Zo krijg je haar net iets meer aan het been.” “Probeer ook in de wendingen of je het binnenachterbeen voor jouw gevoel een klein beetje naar het buitenvoorbeen kan drukken. Zo vraag je elke wending of het binnenachterbeen wat meer gaat dragen”, legt Floor uit.

Hoeken rijden 
Floor houdt Dewi in draf direct scherp: “Hoe reed je die wending?” Dewi lacht schuldbewust. Floor: “Probeer ook in draf élke hoek, élke wending die je rijdt, het binnenachterbeen en het buitenvoorbeen met elkaar te verbinden. Elke wending is een kans om je paard een fractie uit te dagen om meer te dragen.” Monique merkt op dat Dewi dieper de hoeken mag inrijden: “Of je nou B of Grand Prix rijdt, die hoeken zijn zo fijn om te gebruiken en even te testen: kan ik die hoek in, een ophouding maken en krijg ik het binnenachterbeen er weer onder? In de proef is de hoek ook dé plek om je oefening voor te bereiden.”  
 
Uitdaging in galop  
Bij het aanspringen in galop komt Karisma tegen Dewi’s been. Floor: “In draf heeft ze wat meer swing, in galop is ze wat strakker en statischer. Kom maar even op de volte, rijd een beetje schoudervoor en galoppeer vandaaruit aan.” Nadat ze dit een aantal keer herhalen, gaat het steeds beter. In galop mag Dewi afwisselen met verschillende oefeningen, zoals een paar passen wijken vanaf de AC-lijn. Dat blijkt best lastig. Monique: “Als ze dan een keertje uit galop valt, jammer dan. Wij proberen het punt op te zoeken waar jij tegenaan loopt. Het is heel mooi om te zien dat ze precies aangeeft wat ze lastig vindt. De truc is dat jij jouw paard zo traint, dat zij denkt: oh, makkie, dat kan ik!” Floor vult aan: “Neem hoeken rijden als voorbeeld. Als dat normaal al in jouw systeem zit, en je dit bij een jong paard al zo oefent, wordt het spelenderwijs gewoon. Het is geen hogere wiskunde, maar je moet vanaf het begin af aan al die dingetjes met elkaar verbinden.”

Actief houden  
In draf en galop werken ze met kleine tempowisselingen om het achterbeen actiever te maken. De merrie vindt het soms lastig, maar gaandeweg krijgt Dewi steeds meer voorwaartse impuls. “Zorg dat je naar voren blijft rijden en blijf werken aan je buiging. Goed zo, ze wordt al losser”, complimenteert Floor. “Ik ga iets geks zeggen, maar uiteindelijk wordt de galop beter dan de draf.” Monique: “Dat denk ik ook, zij gaat echt wel Z lopen hoor!” “Maar zorg wel dat je haar voor je been houdt, want anders is die zestig meter erg lang”, lacht Floor.